Ze blijven de standaard

Journalisten hebben het tegenwoordig echt niet makkelijk. Zeker als ze dan ook eens iets meer moet doen dan gewoon copy-pasten van de persagentschappen. Stel bijvoorbeeld dat je iets van het Duitse persagentschap DPA binnen krijgt. Dan is dat natuurlijk in niet in het Nederlands. Moet je dat nog gewoon beginnen vertalen en al. En dan moet je natuurlijk zelf kunnen schrijven. Het resultaat is dan zoiets.

De Standaard voert een nieuwe spelling voor satelliet in.

Maar, hum, indertijd op school heb ik toch echt geleerd dat satelliet met één t en twee l’en wordt geschreven. Het is bij mij natuurlijk toch al een jaar of twintig geleden dat ik dat geleerd heb en blijkbaar is er intussen wat veranderd. Gelukkig hebben we nog journalisten die betaald worden om van de persagentschappen te copy-pasten om ons van dergelijke veranderingen op de hoogte te brengen. Ik lees niet minder dan zes keer “satteliet” in plaats van “satelliet” in een stukje van vijf zinnen plus een titel en onderschrift bij de foto. De heer of mevrouw “wle” is bij deze bedankt om ons hiervan op de hoogte te brengen. Indien ik dergelijk werk zou afleveren, zou ik ook niet willen dat mijn volledige naam erbij staat. Gelukkig blijft De Standaard nog steeds de standaard.

Ik geef enkel een screenshot want ik neem aan dat het artikel binnenkort wel zal worden aangepast.

Posted in Algemeen, Astronomie, Grrmbbllmmbbggrrrrrr | Leave a comment

Nieuwsbrief september 2011

Zoals aangekondigd was het afgelopen maand vooral de bedoeling om in de Tor des Geants goed voor de dag te komen. Deze wedstrijd maakt een grote lus van 330km rond de Valle d’Aosta. Onderweg moeten niet minder dan 24000 hoogtemeters overwonnen worden. Vorig jaar liep ik hier mee als voorbereiding op de Himal Race, maar dit jaar was het de bedoeling om echt voor de prestatie te gaan. De ervaring leert dat er tijdens dergelijke wedstrijden altijd veel te snel gestart wordt. De eerste vijftig kilometer wou ik zeker niet in de top 20 lopen om dan rustig naar voren op te schuiven.

Direct na de start in Courmayeur klommen we een eerste col op. Die ging bij mij behoorlijk goed. Eens we wat hoger kwamen werd het weer een stuk bewolkter. Gelukkig maar want in de vallei was het echt veel te warm. Ik passeerde de col ergens rond de vijfentwintigste plaats zoals ik in gedachten had. De afdaling ging opnieuw erg gemakkelijk. Ik haalde zelfs een paar lopers bij. Helemaal in de vallei net voor de bevoorrading in La Thuile liet ik me dan weer eens van mijn lompste kant zien en zette mijn voet verkeerd neer op een steen die natuurlijk niet opzij wou gaan. Het was dezelfde enkel die me een goede maand eerder in Zwitserland al eens parten speelde en nu deed het nog veel minder deugd. Ik sukkelde het stukje naar de bevoorrading verder waar ik de enkel stevig intapete.
Terug uit de bevoorrading vertrekken verliep wat moeizaam, maar na een tijdje kwam ik toch op gang. De klim tot op 2700 meter lukte vrij goed. Ok, dat ziet er goed uit voor de rest van de wedstrijd. In de afdaling moet je een erg moeilijk stenenveld over. Ik ben daar zowiezo niet echt goed in en deed het nu echt wel rustig aan. Het kostte me natuurlijk wat plaatsen, maar al bij al kwam ik nog vrij vlot in de vallei. Daar ging het terug omhoog tot 2700 meter hoogte. Tegen het einde van de klim begonnen mijn enkel en de bijhorende achillespees waarvoor ik op voorhand eigenlijk het meeste schrik had, toch behoorlijk tegen te werken.
In de afdaling wilde ik terug flink tempo ontwikkelen, maar op mijn omgeslagen enkel steunen lukte amper. Eerst probeerde ik nog met behoorlijk wat manken te lopen, maar al gauw werd mijn tempo gereduceerd tot strompelend wandelen. Het duurde een eeuwigheid voordat ik de bodem van de vallei bereikte waar ik in een auto van de organisatie stapte. Nog een kleine driehonderd kilometer zonder zelfs normaal te kunnen stappen zou echt niet lukken.

Het ging recht richting Rode Kruis waar mijn enkel verschrikkelijk gezwollen en erg pijnlijk bleek te zijn. De brave mensen hebben me direct verder gestuurd naar de spoed van het ziekenhuis van Aosta. Na foto’s bleek het gelukkig geen breuk te zijn en om 1u ‘s nachts werd ik terug op straat gezet. Gelukkig was Michiel zo vriendelijk me op een dergelijk onmenselijk uur te komen oppikken. De dag erna ging het terug richting ziekenhuis voor een consultatie bij de osteopaat. Ik verliet het ziekenhuis op krukken en daarmee heb ik toch anderhalve week rondgehupt. Daarna werden de krukken vervangen door een brace. Ik heb intussen al behoorlijk wat op de mountainbike gezeten, maar lopen was er tot nu toe niet bij. Het ziet er naar uit dat ik daarvoor binnenkort groen licht ga krijgen en dan kunnen we terug beginnen opbouwen. In afwachting houd ik me wel bezig met het maken van allerhande wilde plannen.

Posted in Nieuwsbrief | 1 Comment

Machientje installeren

Toen ik terug kwam van de Tor liet één van mijn pc’s het totaal afweten. Zowel voeding als moederbord bleken er helemaal aan te zijn. Geen idee wat er juist gebeurd is, maar waarschijnlijk had ik toch beter de stekker uitgetrokken voordat ik een weekje wegging.

Resultaat is dus een nieuwe machine. Standaard stond er Windows 7 op (ok, dan heb ik daarvan ook een licentie) en ik heb die standaardinstallatie al wat opgekuist en er alvast Ubuntu naast gegooid. Dan begint het eeuwige spelletje als je een verse installatie voor je neus hebt: alle software erop gooien. Snel even denken wat ik zeker nodig heb en dan kom ik ongeveer op het lijstje hieronder (in vrij willekeurige volgorde). Laat het gerust weten als iemand nog aanvullingen of suggesties zou hebben!

  • AVG
  • Firefox (met Adblock Plus, Firebug, wat woordenboeken…)
  • Opera
  • Chrome
  • Thunderbird
  • FileZilla
  • WinSCP (enkel windows)
  • Putty (enkel windows)
  • OpenOffice
  • IrfanView (enkel windows)
  • GIMP
  • Inkscape
  • Adobe stuff (Indesign, Photoshp, Acrobat…; enkel windows)
  • Hugin
  • QuantumGis
  • gvSIG
  • GRASS (enkel linux)
  • JOSM
  • Mapsource (enkel windows)
  • VikingGPS (enkel linux)
  • NGI-kaarten (enkel windows)
  • Dia
  • Geogebra
  • Kile/TechnicCenter
  • Miktex
  • Ghostscript
  • IETester (enkel windows natuurlijk)
  • Google Earth
  • wat van die MS-dingen van C++/C#
  • Notepad++/Bluefish
  • VLC
  • TortoiseSVN/RabbitVCS
  • Python
  • MrSID Geoviewer
  • video editor (bwah, ik bekijk dat wel eens tegen dat ik het nodig heb)
  • 7-zip (enkel windows)
  • XamppLite
  • GPSBabel

Ik denk dat ik hiermee ga starten, de rest vul ik wel aan eens ik het nodig heb.

Posted in Linux, Softies | Leave a comment

Tor volgen

Morgen start de Tor en mogelijk zijn er een paar mensen die dat willen volgen. Het leuke aan de moderne tijden is dat je vanachter je pc dat meestal beter kan dan vanop het terrein.

De eerste plaats om te kijken is natuurlijk de site van de organisatie: http://www.tordesgeants.it
Net als vorig jaar beloven ze een live opvolging, maar op het moment van schrijven is die nog niet te zien. Ik neem aan dat eens de wedstrijd bezig is het een prominente link op de homepagina wordt. Vorig jaar werkte de opvolging prima, dus ik verwacht dat het dit jaar terug zo zal zijn. Het is natuurlijk mogelijk dat er hier en daar eens post wat hapert. Ik heb startnummer 241 voor als je dat nodig zou hebben.
Er worden ook net als vorig jaar dagelijks foto’s en een filmpje voorzien.

En ken je die grap van de Belg, de Nederlander en de Fransman al? Wel, een tweede plaats waar je mogelijk interessante informatie kan vinden is MudSweatTrails. In het bijzonder volgen ze een Nederlander (Gideon), een Fransman (Christian aka Ufoot) en een Belg (ikke). Normaal gezien is net als vorig jaar Michiel ter plaatse om, zoals het een echte Hollander betaamt, de rest van de wereld op de zenuwen te werken. Van hem kan je dus mogelijk wat meer horen dan enkel droge doorkomsttijden.

Dan ga ik over naar een paar plaatsen waar lotgenoten zullen proberen om ook de wedstrijd zo goed mogelijk te volgen. De eerste plaats is natuurlijk het forum van de Célestes. Een aantal mensen ter plaatse zullen wel contact houden met het thuisfront, maar waarschijnlijk zullen die me niet zo vaak zien en eerder verslag uitbrengen over wat achter mij gebeurt. Toch zeker na de eerste dag(en).

Twee Franse fora waar normaal gezien redelijk wat mensen de wedstrijd zullen volgen en mogelijk contact zullen hebben met mensen op het parcours zijn Ultrafondus en Kikourou. Ik kan moeilijk voorspellen of je daar iets interessants gaat lezen. Er is wat geluk mee gemoeid.

Tot slot nog meegeven dat het redelijk verslavend is om zo een wedstrijd te volgen. Het is niet mijn schuld als uw partner kwaad wordt omdat u de hele nacht voor uw pc zit, of wanneer uw baas vindt dat uw werk eigenlijk toch iets anders is.

Posted in Ultra | Leave a comment

Nieuwsbrief augustus 2011

Vorige maand sloot ik af met een omgeslagen voet die me behoorlijk parten speelde. Die heeft me de eerste helft van de maand toch een gezwollen enkel bezorgd. Gelukkig lukte het al vrij snel om te lopen. Mits stevig intapen bleek het allemaal wel mee te vallen. Zonder tape lopen was zeker de eerste week een bijzonder slecht idee.

En zo krijgt iemand dan het zotte idee om toch in de Ardennen een klein wedstrijdje te gaan lopen. Die is niet al te technisch, dus dacht ik dat mijn enkel het wel zou houden. Stevig ingetapet vertrok ik voor de 56 kilometer van de Trail du Val d’Heure. De eerste kilometers liep ik ergens midden in het pak en schoof toen rustig op naar voren. Na een vijftal kilometer liep ik samen met Fabian en Jeroen al aan de leiding, met enkel nog wat volk van de korte afstand voor ons. Het was hoegenaamd niet mijn bedoeling om erg snel te gaan dus speelde ik onderweg een beetje. Bovenop de terrils stopte ik even om het uitzicht te bekijken (prachtig!) en na de moeilijkere afdalingen, waarin ik veruit de snelste van ons drie was, wachtte ik de anderen gewoon beneden op. Kort na de eerste bevoorrading na 17 kilometer parkeerde Jeroen plots totaal in een beklimming en we hebben hem niet meer terug gezien.
Samen met Fabian ging het dan verder richting Ham-sur-Heure. Het enige noemenswaardige is dat ik onderweg het nodig vond om over een dwaas steentje te vallen en daarbij met mijn knie nogal hard op een rots terecht kwam. Na 36 kilometer passeerde ik samen met Fabian langs de start en aankomst voor de tweede lus van 20 kilometer. Het beetje dat ik daar aan de bevoorrading heb stilgestaan deed mijn knie echt geen deugd. Ik begon hem steeds meer te voelen en uiteindelijk zat er niet veel meer dan wandelen in. Vooral de afdaldingen waren bijzonder pijnlijk. Uiteindelijk kostte het me bijna een uur ten opzichte van Fabian en kwam ik pas als vijfde toe.
Daarna liet ik mijn knie wat ontsmetten bij het Rode Kruis. Je kent dat wel, bloed tot in de sokken en dat is naar het schijnt niet zo een fraai zicht. Toen die brave kerels mijn knie zagen vonden ze hem toch behoorlijk gezwollen. Ze wilden er niets aan doen, maar er liever een serieuze mens naar laten kijken. Kort gezegd werd ik door de 100 met de ziekenwagen opgehaald en afgevoerd naar de spoed van het ziekenhuis van Montigny-le-Tilleul. Een dorp waar ik nog nooit van gehoord had, laat staan dat ik wist dat er een ziekenhuis is. Ik kreeg er een beetje dezelfde vragen als in Ham-sur-Heure:
“Doet het pijn als je de knie plooit?”
“Euh nee, ik dacht dat een beetje ontsmetten wel zou volstaan, zoveel pijn heb ik niet tenzij ik loop.”
“En doet het pijn als ik zo doe?”
“Euh, nee, ik heb er juist meer dan 25km op gelopen dus het zal wel niet zo levensbedreigend zijn.”
Na wat onderzoeken vloog ik dan ook terug buiten met een onding dat ik minstens 48 uur rond mijn knie moest houden zodat ik mijn been absoluut niet meer kon plooien. De volgende ochtend was ik dat al kotsbeu en heb het aan de kant gegooid. De daarop volgende dagen hield ik me maar een beetje kalm en liet zowel de knie als de enkel tot hun normale afmetingen terugkeren.

Dat was ook wel nodig want de week erna zorgde hemelvaart voor een lang weekend. Drie dagen op rij thuisblijven vind ik compleet immoreel, dus was het maar goed dat ik toevallig een vliegtuigticket richting Bergamo liggen had. Ik vloog op vrijdavond na het werk erheen, zou dan zaterdag en zondag daar in de buurt rondlopen en maandag terugvliegen. Het leuke aan Bergamo is dat je echt aan de voet van de Alpen zit. Vanaf de luchthaven een uurtje lopen volstaat om de bergen in te zitten. Dat heb ik dan ook gedaan. Op zaterdag liep ik de hele dag noordwaarts over de toppen. Regelmatig kreeg ik een paar schitterende vergezichten, de hellingen waren bijzonder pittig en de hitte was voldoende om me helemaal te laten oververhitten. Het was dus echt de moeite. Alleen water was niet zo eenvoudig. In de zomer moet je er zeker op voorzien zijn om een litertje of vijf mee te sleuren wil je niet in de problemen komen. Jammer genoeg is dat toch wel een heel gewicht om mee op je rug te lopen.
Tegen de avond zette ik mijn tentje op boven op de Monte Sornadello. Het was ronduit een van de beste kampeerplaatsen die ik al had. Ik stond op een klein grastopje op een messcherpe graat. Aan weerskanten van mijn tent dook de helling spectaculair omlaag. Hier ben je echt best geen slaapwandelaar. De volgende ochtend zette ik dan mijn weg verder. Het bleek niet zo eenvoudig om het pad omlaag te vinden. Voor mij natuurlijk geen probleem. Ik volg wel gewoon de kam en baan me zelf wel een weg. Na een hele tijd kruipen door het bos, rotsen afklauteren, droge rivierbeddingen volgen en zo goed als verticale wanden bedwingen begon ik door te krijgen dat er toch iets niet klopte. Het vroeg wat kaartstudie om uit te vissen dat ik op een verkeerde zijgraat wat terecht gekomen en veel te ver naar het noorden zat. De beste oplossing leek me verder te gaan tot een nabijgelegen weg en via een omweg terug mijn geplande richting uit te gaan. Dat lukte prima tot ik de weg op ongeveer honderd meter genaderd was. Toen stond ik op een helling van ongeveer zeventig graden die onder mij over ging in een verticale wand. Tweehonderd meter lager lag inderdaad de weg. Dat komt niet goed. Ik klauterde dan maar terug omhoog en waagde wat verder langs de wand een tweede poging. Zelfde resultaat. Dan maar eens proberen om een droge rivierbedding te volgen. Op een plaats waar bij nattere omstandigheden een waterval moet zijn zat ik terug vast. De woorden waterval en wouterval mogen dan wel op elkaar lijken, ik probeer dat twee toch te vermijden en kroop dus terug omhoog. Nog een paar pogingen draaiden op niets uit. Uiteindelijk besliste ik dan maar gewoon terug naar de top te keren. Op zo’n moment kom je dan natuurlijk een mooi pad tegen waarlangs je zonder enig probleem die wand af geraakt. Intussen had ik zodanig veel tijd verloren dat ik gewoon naar het volgende dorp gegaan ben van waaruit ik de bus terug naar Bergamo kon nemen. Het was in elk geval een schitterend weekend waar ik enorm van genoten heb. Ik denk dat ik wat vaker zo van die korte uitstapjes ga maken.

De overige weken heb ik gewoon thuis en in de Ardennen verder getraind. De bedoeling is om er volgende week te staan tijdens de Tor. Dat is een wedstrijd van 330km in de Valle d’Aosta die ik vorig jaar al liep als training op de Himal Race. Dit jaar is het de bedoeling om er eens serieus voor te gaan. Hopelijk lukt dat, want de voorbije dagen liet mijn achillespees zich terug onaangenaam voelen. Het is vooral hopen dat ze het nog twee weekjes uithoudt. Daarna mag ze van mijn part een beetje rust nemen.

Posted in Algemeen, Nieuwsbrief | Leave a comment

Samurai-sudoku: eenvoudig uw samurai oplossen

In de reacties op mijn sudoku-kraker komt regelmatig een vraag naar een kraker voor samurai's voor. Hieronder staat er eentje. Bij lastige samurai's is hij nog wat traag, maar ik heb niet direct tijd/zin om er verder aan te werken. Je zal het moeten doen met wat je nu hebt.

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

Posted in Algemeen | Leave a comment

Auw (2)

Auw

Dit is echt niet de beste manier om van een wedstrijd thuis te komen. En zeggen dat ik gewoon aan de mensen van het Rode Kruis was gaan vragen om mijn knie wat te ontsmetten. Voor ik het wist was ik op weg met de ambulance naar de spoed van het Vesaliusziekenhuis in Montigny-le-Tilleul. Daar bleek het allemaal nog wel mee te vallen. Niet dat ik iets anders verwacht had aangezien ik toch de helft van de wedstrijd op die knie gelopen had…

Posted in Algemeen | 1 Comment

Nieuwsbrief juli 2011

De maand juli was voor mij in de eerste plaats een trainingsmaand. Zeker het begin van de maand bolde ik gewoon mijn kilometers zonder heel veel meer. Tegen het einde van de maand kwamen er dan toch een paar uitstapjes bij waar ik wat meer over kan vertellen.

Het eerste was een klein uitstapje tijdens het lang weekend rond 21 juli (toch als je zoals wij de brug maakt). Vier dagen thuis blijven vind ik compleet immoreel, dus had ik voor die dagen gelukkig een vliegticket klaar liggen. Het bracht me naar Barcelona vanwaar een trein en bus me naar de Spaanse Pyreneeën brachten. De eerste dagen dat ik daar was gebruikte ik om wat te trainen. Zeker op vrijdag was het een erg stevige duurloop van een uur of zeven over een parcours dat ik als een prima voorbereiding op Barkley beschouw. Ik liep meer naast dan op een pad en de paden die er waren liepen zelden de richting uit die ik wou uitlopen. En natuurlijk stonden paden op de kaart die er in werkelijkheid niet waren en waren omgekeerd de paden op het terrein met de beste wil van de wereld niet op de kaart te bespeuren.

Op zaterdag was ik dan vroeg uit de veren. Ik was van plan een wedstrijdje, de Ultra Trail de l’Emmona, te lopen en als ze om zes uur ‘s morgens starten zit lang uitslapen er niet echt in. De opdracht bestond uit een toertje van 106 kilometer met in totaal 8500 positieve hoogtemeters. Dat valt in de categorie “behoorlijk zotjes”. Het eerste deel van de wedstrijd liepen we behoorlijk laag en dat lag me eigenlijk wel. Ik draaide vlotjes vooraan mee. Het laatste stukje naar de top van de Taga (net boven de 2000m) moest ik wat lossen, maar ik passeerde er nog in vijfde positie. Van de top ging het recht naar beneden over een erg steile grashelling. Aan haarspeldbochten en paden doen die Spanjaarden niet mee. Dat is voor softies. Mijn ervaring is dat die mannen daar als zot naar beneden vliegen. Misschien deden ze dat wel, maar ik vloog in elk geval gewoon mee. Terug beneden liep ik zelfs gewoon aan de leiding.
Tijdens de volgende klim werd duidelijk dat ik niet in mijn beste klimdag was. Ik moest behoorlijk wat terrein toegeven, maar in de daarop volgende afdaling ging het terug een heel stuk beter. We liepen nu steeds dieper het hooggebergte in. De volgende klim verloor ik terug terrein. Hier liep het het parcours een tijdje over een graat met verschillende toppen van net boven de 2800 meter. Het parcours was hier echt wel wat te technisch voor mij. Dikwijls was het eens stukje op handen en voeten over de rotsen klimmen en tijdens afdalingen van rotsblok naar rotsblok springen. Dat is nooit echt mijn specialiteit geweest in zolang ik in ons vlakke landje blijf wonen zal het waarschijnlijk nooit mijn specialiteit worden. Na nog maar eens een afdaling volgde de klim naar de top van de Puigmal. Met zijn net geen 3000 meter was dat het hoogste punt van de wedstrijd. Om er te geraken moesten we op een dikke drie kilometer 1000 meter stijgen. Ik geraakte tijdens die klim voor geen meter vooruit. Bar en bar slecht. In de afdaling kwam ik dan weer op gang. Na een zacht dalend stuk op grote hoogte ging het erg steil omlaag de vallei in. De afdaling ging bij mij schitterend. Het was een afdaling met veel boomwortels, wat stenen en steengruis, maar weinig rotsblokken. Zoiets ligt me wel. Ik zat perfect in het ritme en kon zonder problemen de hoogtemeter in de richting van 50 meter per minuut duwen. Verticaal is dat voor alle duidelijkheid. Als je dat nog kan na meer dan tien uur lopen gaat het echt wel goed.
De rest van de wedstrijd liepen we terug een stuk lager en het verhaal bleef grotendeels hetzelfde: tijdens de beklimmingen terrein verliezen en tijdens de afdalingen terrein terugwinnen. Uiteindelijk kwam ik toe als zeventiende na net geen twintig uur lopen. Mijn beklimmingen waren rotslecht en mijn afdalingen waren supergoed. Ik kijk dus met een erg gemengd gevoel terug op mijn wedstrijd. Top zal ik hier nooit zijn. Daarvoor is het parcours te zwaar en te moeilijk, maar ik moet toch een stuk beter kunnen dan dat.

Een weekje later trok ik eventjes naar Zwitserland om in Davos de Swiss Alpine Marathon te gaan lopen. In tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden is die 78 kilometer lang. Met de 2700 positieve hoogtemeters valt hij in de categorie “soft”. Naar mijn normen toch. Tijdens de aanloop naar de wedstrijd had ik een flink slaaptekort verzameld, dus mijn ambitie was eerder beperkt. Op vrijdagavond vloog ik na het werk naar Genève. Ik had er nogal laat aan gedacht dat je naar Genève weliswaar veel goedkope vluchten hebt, maar dat tussen Genève en Davos zo ongeveer heel Zwitserland zit. Gelukkig zijn die Zwitsers erg milieubewuste jongens en kreeg je bij de inschrijving een treinticket heen en terug naar Davos vanuit elk Zwitsers station. Daar heb ik dus behoorlijk optimaal gebruik van gemaakt. Anders was dat wedstrijdje een behoorlijk dure grap geworden. Ik was natuurlijk wel een tijdje onderweg en het was dan ook al na middernacht toen ik in Davos toekwam.
Ik rolde mijn slaapzak uit op een tribune op een paar tiental meter van de start en probeerde toch een paar uurtjes slaap te verzamelen voor de ochtendlijke start. Na die start loop je een heel stuk doorheen de vallei naar Filisur. Het gaat af en toe een klein beetje op en af, maar naar mijn zin zit er toch wel erg veel asfalt in de eerste wedstrijdhelft. Het ging dan ook een pak sneller dan ik gewoon ben. Tegen dat de eerste (en enige noemenswaardige) klim eraan kwam deden al mijn beenspieren al lastig van de kloppen op dat harde asfalt. Na mijn ervaring van de week tevoren was het niet echt een verrassing dat de klim niet echt goed ging. Niet zo barslecht als de week tevoren, maar toch slecht. Na de passage aan de Kesch-hütte daalden we een klein beetje en werd het terrein wat rotsachtiger. Dat ging me dan weer een stuk beter af dan de andere lopers. Zelfs het kleine klimmetje naar de Sertigpas (dik 2700 meter hoog) dat daarop volgde ging verrassend goed. Van de pas was het in hoofdzaak een afdaling naar Davos. Ik had er natuurlijk zin in en gooide me flink in de afdaling. Het was een erg eenvoudige afdaling met een wel heel erg goed begaanbaar pad waar amper een steentje op ligt. Echt iets waar je volle bak op kan lopen en dat deed ik dan ook. Na vijf haarspeldbochten had ik al twee lopers ingehaald die de afdaling duidelijk iets minder leuk vonden. En toen slaagde ik erin om mijn voet wel heel slecht neer te zetten op één van de zeldzame stenen op het pad. Het deed niet bepaald deugd en de laatste twintig kilometer naar de aankomst heb ik meer gestrompeld dan gelopen. Ik kwam daar toe als 42e (op meer dan 1000 aankomsten) na net geen acht uur lopen en strompelen, voor wie het zou interesseren. Mijn enkel stond helemaal gezwollen. Bij de vriendelijke EHBO ben ik dan maar wat verband gaan halen om toch wat steun te geven. Het is natuurlijk typisch dat ik zonder problemen over de rotsen huppel als het nodig is, maar dan uitgerekend op zo’n doodsimpele jeannettenafdaling mijn enkel om zeep help.

Ondertussen zijn we een week verder en is de enkel nog steeds erg gezwollen en gevoelig. Mits stevig tapen lukt lopen gelukkig wel en dat doe ik dan ook. Zonder tape lopen is echt geen goed idee heb ik al gemerkt. Ik hoop vooral dat het niet te lang duurt voordat mijn enkel terug een wat normaler formaat krijgt. Ik heb nog wel een paar plannen waar ik beide enkels hard voor zal nodig hebben.

Het enige andere meldenswaardige van afgelopen maand is dat ik in eigen gemeente Merelbeke ben uitgeroepen tot Merelbeeks Ambassadeur. Volgens de oorkonde is dat omwille van mijn “bijzondere sportieve verdiensten” en mijn “uitzonderlijke bijdrage aan de uitstraling van de gemeente Merelbeke”. En ik die dacht dat het was omdat ik zo’n lieve jongen ben. Hoe een mens zich toch kan vergissen.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Auw

Een foto van mijn voeten na afloop van de Swiss Alpine in Davos. Vooral die linkerenkel is niet echt normaal. En het deed niet bepaald deugd.
Voeten na de Swiss Alpine

Posted in Algemeen | Leave a comment

Nieuwsbrief juni 2011

De maand begon met het lange Hemelvaartweekend. Lange weekends zijn natuurlijk van die schitterende uitvindingen waar je zeker iets mee moet doen. Een goede week op voorhand keek ik dus uit naar mogelijkheden en uiteindelijk viel de keuze op Ierland. Gewoon naar Dublin vliegen en dan in de Wicklow Mountains net ten zuiden van de stad wild kamperen en lopen. Een goed plekje voor mijn tent vinden bleek nog niet zo eenvoudig. Ik zette het uiteindelijk op net naast een riviertje waarin het water toch iets te veel kleur had om het risico te nemen om ervan te drinken. De eerste dag ging ik dan maar een paar liter drinken halen en liep daarna nog een toertje in de buurt van mijn tent. Later merkte ik dat het water in de iets grotere riviertje toch drinkbaar is, zelfs al zit er meestal wat van die overheerlijke “dead sheep flavour” in. Ik ben er toch niet ziek van geworden.
De dag erop (de vrijdag) was ik dan van plan om er eens goed tegenaan te gaan. Ik vertrok over de Wicklow Way naar het zuiden tot ik in Glendalough kwam en keerde toen terug over de heuveltoppen. De Wicklow Way bleek een erg druk begane route te zijn, maar erg mooi, prima onderhouden en onmogelijk om verkeerd te lopen. Op voorhand had ik me afgevraagd waarom er behalve de Wicklow Way zou weinig paden in de Wicklow Mountains zijn. Het antwoord kreeg ik teruglopend over de heuveltoppen. De best beloopbare stukken liep ik over van die grote grasbulten waar je onmogelijk op een normale manier je voeten op kan neerzetten. Het alternatief bestond uit modder, modder en modder. Alle paden verdwijnen gewoon ergens in een moeras. Overal en overal waren er bogs. Bij ons zouden we venen zeggen, maar het is toch niet helemaal dat. Soms was het gewoon een paar kilometer aan een stuk doorheen de zwarte stinkende blubber ploeteren. Het blijft me nog altijd verbazen dat ze er op de Britse eilanden toch steeds in slagen hun moerassen boven op de bergen te leggen. Gelukkig lagen de bergen er vrij droog bij. Ik mag er niet aan denken om daar tijdens een natte periode te komen. Het werd een duurloop van twaalf uur voordat ik terug aan mijn tentje kwam. ‘s Avonds kwamen nog een paar hertjes op bezoek om me wat op te vrolijken. Erg mooi.
Op zaterdag bleef ik wat meer in de noordelijke Wicklows. Eerst liep ik wat over de paden die je zo dicht bij Dublin wel vindt. De loop van de dag tevoren zat nog wat in de benen zodat ik eerder moeizaam op gang kwam. Na een paar uurtjes liep ik dan toch wat vlotter en waagde me terug aan een toertje door de bogs. Net als de dag tevoren liep ik gewoon van top naar top. Uiteindelijk kwam ik na zeven uur lopen terug bij mijn tentje. Daarna was het alles opruimen en afbreken en me naar beneden spoeden. Ik vloog op zondagochtend vroeg terug, daarom zat een training op zondag er niet meer in. Toch niet in Ierland.

Een weekje later ging het dan richting Ardennen, meer bepaald Olne. Zoals elk jaar organiseerden de Coureurs Célestes tijdens het Pinksterweekend een ongeveer honderd kilometer lange wedstrijd. Dit jaar was dat 107km. Mijn belangrijkste ambitie was om beter te doen dan twee weken geleden in Marche les Dames. Ik deed dan ook niet al te zot en liep de eerste twee uren een beetje achter de kopgroep zonder ze al te ver te laten weglopen. Tijdens een paar vlakke kilometers kwam ik er zelfs bij en nog een paar kilometer verder liep ik alleen nog samen met Papy aan de leiding. Toen die een stukje doortrok moest ik toch passen. Hij was gaan vliegen en de eerstvolgende keer dat één van de lopers hem terugzag was in de late namiddag aan de toog bij de aankomst. Het is wel duidelijk wie momenteel de man in vorm is. Achter hem probeerde ik mijn eigen tempo vast te houden.
Het eerste deel van het parcours was naar mijn menig toch veel verhard, maar eens we in de Voerstreek kwamen werd het leuker. Daar zaten er een paar leuke hellingen in en liepen we de hele tijd door bossen en over leuke paadjes. Een stuk van een paar tientallen meters was het zelfs door de bedding van riviertje. Water tot aan de knie, erg leuk zeker op zo een warme dag. Na de Voerstreek liepen we doorheen het Land van Herve richting Blegny. Dit was opnieuw een stuk met erg veel asfalt. Asfalt is nooit mijn favoriete ondergrond geweest en ik voelde mijn benen er helemaal kapot gaan. Het zou niet meer goed komen met mij. Blegny staat in de eerste plaats gekend voor zijn steenkoolverleden. Er zat daar dan ook een pittige terril in het parcours. Het was zo eentje waar je op handen en voeten omhoog moet klauteren en waar je een prachtig uitzicht van op de top hebt. Na de terril ging het snel naar Chaudfontaine om dan langs de Vesdervallei (zowel hoog als laag in de vallei natuurlijk) terug naar Olne te lopen. Het grote voordeel van dit stuk is dat het echt wel een prachtige vallei is en dat ik dit stuk van de vallei eigenlijk nog niet kende. Het grote nadeel is dat na de lange asfaltstukken mijn beentje echt niet meer vooruit geraakten en ik dus langs alle kanten werd voorbij gelopen. Het grote voordeel daarvan is dan weer dat ik wat meer tijd heb gehad om van de uitzichten te genieten. Uiteindelijk kwam ik toe als 13e na twaalf en een half uur.
Naar resultaat is dat niet echt beter dan Marche, maar ergens ben ik ervan overtuigd dat ik gewoon de afstand nog niet in de benen had en dat in een wedstrijd over een vijftigtal kilometer zoals in Marche ik veel beter voor de dag zou zijn gekomen.

Het weekend erna liep ik eens geen wedstrijd en hield me in de eerste plaats bezig met ziek zijn. Nog een weekend later had ik wel terug een uitstapje gepland. Ik voelde me zeker nog niet helemaal in orde, maar trok toch eventjes naar Spanje. In de bergen een klein beetje ten noorden van Madrid zou ik de Gran Trail Peñelara gaan lopen. Omdat de wedstrijd zo dicht bij Madrid wordt gelopen lukt het om op vrijdagavond na het werk naar Madrid te vliegen, op zaterdag de wedstrijd te lopen, op zondag terug te vliegen en op maandag terug te gaan werken. De nacht voor de wedstrijd sliep ik naast het kerkje van Barajas bij een bankje. Dat is wel praktisch wanneer je daar hebt afgesproken met een Spanjaard waarmee je ‘s morgens naar de start kan rijden, maar niet zo heel rustig omdat het kerkje midden op een groot rond punt staat waar de hele nacht verkeer voorbij raast. In elk geval stond Luis er netjes om vijf uur ‘s morgens en had ik maar uit mijn slaapzak te rollen en in te stappen.
De wedstrijd zelf dan. De wedstrijd is een loopje van 112km met in totaal een dikke vijfduizend positieve hoogtemeters. Dat is mooi, maar naar mijn normen niet extreem. De hele tijd loop je ergens tussen de 1000 en 2500 meter hoogte. Het leek me een uitstekende gelegenheid om terug wat berggevoel in de benen te krijgen. Ik startte erg behoudend en tijdens de aanloop naar de eerste klim koos ik ergens positie rond de tiende plaats. Eens de klim echt begon bleek dat ik toch nog wat power in de benen mis. Ik verloor tijdens de klim vooral terrein. Niet dat ik zo gigantisch veel verloor, maar toch wat meer dan ik zelf leuk vond. Hoewel het nog erg vroeg was, werd het al snel warmer. Om zeven uur in de ochtend droop het zweet al van mij af. Dat belooft voor de rest van de dag. Het was ook direct vrij brutaal klimmen. Na acht kilometer wedstrijd stonden we al duizend meter hoger. Na een klim volgt natuurlijk een afdaling en dit was direct een erg leuke. Op acht kilometer zouden we die duizend meter die we eerder klommen helemaal terug moeten afdalen. Het begon met een steil rotsig pad met veel losliggende stenen. Op zoiets is het zaak om vooral snel en goed de voeten te plaatsen. Het was een tijdje geleden dat ik nog eens wat op technischer terrein had gelopen. Het was voor mij dus een prima training om nog eens een dergelijke helling te doen. Eigenlijk ging het beter dan ik gevreesd had. Ik kon netjes mee met de Spaanse berggeiten. Het onderste deel van de afdaling was wat zachter en door de bossen. Dat liet toe om heel goed tempo te maken.
De volgende klim was wat zachter en korter. Die ging bij mij toch een stuk beter dan de vorige. De zon begon steeds harder te schijnen en de temperaturen gingen nu echt wel in de richting van gloeiend heet. Boven op de col kwam vanuit de volgende vallei een sterke geur van lavendel en allerhande andere kruiden me tegemoet. Veel mediterraner dan dit wordt het echt niet. De afdaling zelf was over een half dichtgegroeid pad. Beeld je iets in met lang gras waardoor je niet ziet waar je je voeten ergens neerzet. En onder dat gras liggen natuurlijk veel stenen waar je je voeten beter niet op neerzet. Niet simpel, maar het ging me eigenlijk wel goed af. Het daarop volgende stuk was eerder vlak en ook de volgende klim stelde niet bijster veel voor. Alleen die hitte, die begon zich nu echt te laten voelen. Eens ook die afgedaald was (onverharde wegen, echt makkelijk in vergelijking met wat ervoor kwam) kwam ik pal op de middag bij een bevoorrading waar lopers in allerlei gradaties van oververhitting terug krachten opdeden voor de rest van de wedstrijd. Ik bleef er ook enige tijd alvorens verder te lopen.
De volgende klim was hoofdzakelijk ook vrij eenvoudig. Jammer genoeg kreeg de hitte me hier echt wel goed te pakken. Het zorgvuldig naar binnen gewerkt eten en drinken koos voor de vrijheid en kotste ik uit op het pad. Niet leuk. Dan maar proberen om toch een beetje te drinken en verder te gaan. Wat verder lag dat water ook al op het pad. Oei, dit wordt problematisch. Ik heb me dan maar een half uurtje aan de kant in een zeldzaam plekje met schaduw gezet in de hoop dat mijn lichaam wat tot rust zou komen en zich verder gedragen. Niets gegeten of gedronken. Toen ik probeerde verder te gaan stond ik binnen de vijf minuten alweer kotsend aan de kant. Dat is over en out. Op die manier nog vijftig kilometer doorheen een verlaten berggebied in een verzengende hitte gaat gewoon niet. Bij de eerste gelegenheid die zich voordeed ben ik in een auto van de organisatie gestapt en heb me naar de start laten terugrijden. Als yeti moet ik voor dergelijke hitte fysiek helemaal in orde zijn en dat was ik nu echt niet. Toen ik de volgende dag op de luchthaven het Spaanse nieuws op tv zag, vertelde men dat het die nacht om middernacht nog steeds meer dan dertig graden was in Madrid. Zelfs voor de Spanjaarden warm genoeg om het op het nieuws te vermelden.
Toch vind ik het een prachtige wedstrijd met een uitstekende organisatie. En aangezien hij zo gemakkelijk bereikbaar is zal ik er nog wel eens heen trekken. Ik kan hem in elk geval aan iedereen aanraden.

Daarna werd het al juli, maar aangezien ik gisteren nog een wedstrijdje liep, neem ik dat er ook nog bij voor deze nieuwsbrief. Het was een 80km in de Franse Ardennen met in totaal 4000 positieve hoogtemeters. Naar Ardense normen zijn dat gigantisch veel hoogtemeters. De manier waarop die verzameld worden is door ons voortdurend de hellingen van de Semoy en ook eventjes de Maas op en af te sturen. De Semoy is het Franse stuk van de rivier die in ons land met de naam Semois door het leven gaat. En dat die beide rivieren stevige flanken hebben, kan ik ik je garanderen.
Na het Spaanse debacle van vorige week vertrok ik zonder veel ambitie. Ik liet de koplopers dan ook vrolijk op kop lopen en volgde rustig op positie tien of vijftien schat ik. Tijdens die eerste kilometers kregen we een prachtig zicht toen we naast ons in het eerste daglicht de vallei van de Semoy zagen liggen die helemaal met wolken gevuld was. Typisch een beeld dat je kent van foto’s uit de bergen, maar ook in de Ardennen kan je dergelijke prachtige uitzichten tegen komen. Ik voelde me eigenlijk wel goed en begon al snel wat lopers in te halen die blijkbaar wat snel gestart waren. Zo liep ik vrolijk van de ene naar de andere. Dat blijft natuurlijk niet eeuwig duren en uiteindelijk bleef ik wat hangen bij iemand die een tempo liep dat vrij goed overeenkwam met het mijne.
Een hele tijd liepen we min of meer samen verder. Af en toe nam hij eens wat voorsprong (tijdens de beklimmingen; de power zit echt nog niet in de benen) en af en toe liep ik weg van hem (tijdens de afdalingen). Pas nadat we zo een uurtje bezig waren kreeg ik door dat wij aan de leiding liepen. Beklimmingen en afdalingen hebben we natuurlijk meer dan genoeg gekregen. Regelmatig was het op handen en voeten een ware muur opkruipen. Ook de afdalingen mochten er best zijn. Er zaten een paar echt technische stukjes in waar ik me helemaal op heb kunnen uitleven. Zelfs een klein tunneltje in het parcours zorgde voor dat tikkeltje extra. De hele tijd liepen we doorheen de uitgestrekte bossen met regelmatig verbluffende uitzichten op de Semoy. Echt een schitterend parcours en zeker een van de zwaarste wedstrijden die je in de Ardennen kan vinden.
Bij mij ging het ondertussen uitstekend tot aan kilometer vijftig. Toen was het plots gedaan. Ik geraakte voor geen meter meer vooruit. Verschillende mensen hebben me achteraf gevraagd wat er gebeurd is en ik weet het eigenlijk zelf niet heel goed. Ik liep steeds heel ontspannen en heb voldoende gegeten en gedronken. Degenen die ons onderweg hebben zien passeren zegden dat ik er veruit het meest ontspannen uitzag terwijl de rest duidelijk aan het afzien was. Ik denk dat het in de eerste plaats met een gebrek aan frisheid te maken heeft. Uiteindelijk kwam ik pas als 17de toe na elf uur en nog wat lopen.

Je ziet dat ik de afgelopen maand terug volop aan het lopen ben geslagen. De resultaten vallen tot nu toe wat tegen, maar ik ben ervan overtuigd dat ik momenteel een pak meer waard ben dan de uitslagen laten vermoeden. Ik zal proberen om dat volgende maand ook naar uitslagen te vertalen. De komende twee weekends heb ik geen wedstrijden voorzien, maar daarna vlieg ik er terug in met wedstrijden in Spanje en Zwitserland.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment