Nieuwsbrief augustus 2011

Vorige maand sloot ik af met een omgeslagen voet die me behoorlijk parten speelde. Die heeft me de eerste helft van de maand toch een gezwollen enkel bezorgd. Gelukkig lukte het al vrij snel om te lopen. Mits stevig intapen bleek het allemaal wel mee te vallen. Zonder tape lopen was zeker de eerste week een bijzonder slecht idee.

En zo krijgt iemand dan het zotte idee om toch in de Ardennen een klein wedstrijdje te gaan lopen. Die is niet al te technisch, dus dacht ik dat mijn enkel het wel zou houden. Stevig ingetapet vertrok ik voor de 56 kilometer van de Trail du Val d’Heure. De eerste kilometers liep ik ergens midden in het pak en schoof toen rustig op naar voren. Na een vijftal kilometer liep ik samen met Fabian en Jeroen al aan de leiding, met enkel nog wat volk van de korte afstand voor ons. Het was hoegenaamd niet mijn bedoeling om erg snel te gaan dus speelde ik onderweg een beetje. Bovenop de terrils stopte ik even om het uitzicht te bekijken (prachtig!) en na de moeilijkere afdalingen, waarin ik veruit de snelste van ons drie was, wachtte ik de anderen gewoon beneden op. Kort na de eerste bevoorrading na 17 kilometer parkeerde Jeroen plots totaal in een beklimming en we hebben hem niet meer terug gezien.
Samen met Fabian ging het dan verder richting Ham-sur-Heure. Het enige noemenswaardige is dat ik onderweg het nodig vond om over een dwaas steentje te vallen en daarbij met mijn knie nogal hard op een rots terecht kwam. Na 36 kilometer passeerde ik samen met Fabian langs de start en aankomst voor de tweede lus van 20 kilometer. Het beetje dat ik daar aan de bevoorrading heb stilgestaan deed mijn knie echt geen deugd. Ik begon hem steeds meer te voelen en uiteindelijk zat er niet veel meer dan wandelen in. Vooral de afdaldingen waren bijzonder pijnlijk. Uiteindelijk kostte het me bijna een uur ten opzichte van Fabian en kwam ik pas als vijfde toe.
Daarna liet ik mijn knie wat ontsmetten bij het Rode Kruis. Je kent dat wel, bloed tot in de sokken en dat is naar het schijnt niet zo een fraai zicht. Toen die brave kerels mijn knie zagen vonden ze hem toch behoorlijk gezwollen. Ze wilden er niets aan doen, maar er liever een serieuze mens naar laten kijken. Kort gezegd werd ik door de 100 met de ziekenwagen opgehaald en afgevoerd naar de spoed van het ziekenhuis van Montigny-le-Tilleul. Een dorp waar ik nog nooit van gehoord had, laat staan dat ik wist dat er een ziekenhuis is. Ik kreeg er een beetje dezelfde vragen als in Ham-sur-Heure:
“Doet het pijn als je de knie plooit?”
“Euh nee, ik dacht dat een beetje ontsmetten wel zou volstaan, zoveel pijn heb ik niet tenzij ik loop.”
“En doet het pijn als ik zo doe?”
“Euh, nee, ik heb er juist meer dan 25km op gelopen dus het zal wel niet zo levensbedreigend zijn.”
Na wat onderzoeken vloog ik dan ook terug buiten met een onding dat ik minstens 48 uur rond mijn knie moest houden zodat ik mijn been absoluut niet meer kon plooien. De volgende ochtend was ik dat al kotsbeu en heb het aan de kant gegooid. De daarop volgende dagen hield ik me maar een beetje kalm en liet zowel de knie als de enkel tot hun normale afmetingen terugkeren.

Dat was ook wel nodig want de week erna zorgde hemelvaart voor een lang weekend. Drie dagen op rij thuisblijven vind ik compleet immoreel, dus was het maar goed dat ik toevallig een vliegtuigticket richting Bergamo liggen had. Ik vloog op vrijdavond na het werk erheen, zou dan zaterdag en zondag daar in de buurt rondlopen en maandag terugvliegen. Het leuke aan Bergamo is dat je echt aan de voet van de Alpen zit. Vanaf de luchthaven een uurtje lopen volstaat om de bergen in te zitten. Dat heb ik dan ook gedaan. Op zaterdag liep ik de hele dag noordwaarts over de toppen. Regelmatig kreeg ik een paar schitterende vergezichten, de hellingen waren bijzonder pittig en de hitte was voldoende om me helemaal te laten oververhitten. Het was dus echt de moeite. Alleen water was niet zo eenvoudig. In de zomer moet je er zeker op voorzien zijn om een litertje of vijf mee te sleuren wil je niet in de problemen komen. Jammer genoeg is dat toch wel een heel gewicht om mee op je rug te lopen.
Tegen de avond zette ik mijn tentje op boven op de Monte Sornadello. Het was ronduit een van de beste kampeerplaatsen die ik al had. Ik stond op een klein grastopje op een messcherpe graat. Aan weerskanten van mijn tent dook de helling spectaculair omlaag. Hier ben je echt best geen slaapwandelaar. De volgende ochtend zette ik dan mijn weg verder. Het bleek niet zo eenvoudig om het pad omlaag te vinden. Voor mij natuurlijk geen probleem. Ik volg wel gewoon de kam en baan me zelf wel een weg. Na een hele tijd kruipen door het bos, rotsen afklauteren, droge rivierbeddingen volgen en zo goed als verticale wanden bedwingen begon ik door te krijgen dat er toch iets niet klopte. Het vroeg wat kaartstudie om uit te vissen dat ik op een verkeerde zijgraat wat terecht gekomen en veel te ver naar het noorden zat. De beste oplossing leek me verder te gaan tot een nabijgelegen weg en via een omweg terug mijn geplande richting uit te gaan. Dat lukte prima tot ik de weg op ongeveer honderd meter genaderd was. Toen stond ik op een helling van ongeveer zeventig graden die onder mij over ging in een verticale wand. Tweehonderd meter lager lag inderdaad de weg. Dat komt niet goed. Ik klauterde dan maar terug omhoog en waagde wat verder langs de wand een tweede poging. Zelfde resultaat. Dan maar eens proberen om een droge rivierbedding te volgen. Op een plaats waar bij nattere omstandigheden een waterval moet zijn zat ik terug vast. De woorden waterval en wouterval mogen dan wel op elkaar lijken, ik probeer dat twee toch te vermijden en kroop dus terug omhoog. Nog een paar pogingen draaiden op niets uit. Uiteindelijk besliste ik dan maar gewoon terug naar de top te keren. Op zo’n moment kom je dan natuurlijk een mooi pad tegen waarlangs je zonder enig probleem die wand af geraakt. Intussen had ik zodanig veel tijd verloren dat ik gewoon naar het volgende dorp gegaan ben van waaruit ik de bus terug naar Bergamo kon nemen. Het was in elk geval een schitterend weekend waar ik enorm van genoten heb. Ik denk dat ik wat vaker zo van die korte uitstapjes ga maken.

De overige weken heb ik gewoon thuis en in de Ardennen verder getraind. De bedoeling is om er volgende week te staan tijdens de Tor. Dat is een wedstrijd van 330km in de Valle d’Aosta die ik vorig jaar al liep als training op de Himal Race. Dit jaar is het de bedoeling om er eens serieus voor te gaan. Hopelijk lukt dat, want de voorbije dagen liet mijn achillespees zich terug onaangenaam voelen. Het is vooral hopen dat ze het nog twee weekjes uithoudt. Daarna mag ze van mijn part een beetje rust nemen.

Posted in Algemeen, Nieuwsbrief | Leave a comment

Samurai-sudoku: eenvoudig uw samurai oplossen

In de reacties op mijn sudoku-kraker komt regelmatig een vraag naar een kraker voor samurai's voor. Hieronder staat er eentje. Bij lastige samurai's is hij nog wat traag, maar ik heb niet direct tijd/zin om er verder aan te werken. Je zal het moeten doen met wat je nu hebt.

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

Posted in Algemeen | Leave a comment

Auw (2)

Auw

Dit is echt niet de beste manier om van een wedstrijd thuis te komen. En zeggen dat ik gewoon aan de mensen van het Rode Kruis was gaan vragen om mijn knie wat te ontsmetten. Voor ik het wist was ik op weg met de ambulance naar de spoed van het Vesaliusziekenhuis in Montigny-le-Tilleul. Daar bleek het allemaal nog wel mee te vallen. Niet dat ik iets anders verwacht had aangezien ik toch de helft van de wedstrijd op die knie gelopen had…

Posted in Algemeen | 1 Comment

Nieuwsbrief juli 2011

De maand juli was voor mij in de eerste plaats een trainingsmaand. Zeker het begin van de maand bolde ik gewoon mijn kilometers zonder heel veel meer. Tegen het einde van de maand kwamen er dan toch een paar uitstapjes bij waar ik wat meer over kan vertellen.

Het eerste was een klein uitstapje tijdens het lang weekend rond 21 juli (toch als je zoals wij de brug maakt). Vier dagen thuis blijven vind ik compleet immoreel, dus had ik voor die dagen gelukkig een vliegticket klaar liggen. Het bracht me naar Barcelona vanwaar een trein en bus me naar de Spaanse Pyreneeën brachten. De eerste dagen dat ik daar was gebruikte ik om wat te trainen. Zeker op vrijdag was het een erg stevige duurloop van een uur of zeven over een parcours dat ik als een prima voorbereiding op Barkley beschouw. Ik liep meer naast dan op een pad en de paden die er waren liepen zelden de richting uit die ik wou uitlopen. En natuurlijk stonden paden op de kaart die er in werkelijkheid niet waren en waren omgekeerd de paden op het terrein met de beste wil van de wereld niet op de kaart te bespeuren.

Op zaterdag was ik dan vroeg uit de veren. Ik was van plan een wedstrijdje, de Ultra Trail de l’Emmona, te lopen en als ze om zes uur ‘s morgens starten zit lang uitslapen er niet echt in. De opdracht bestond uit een toertje van 106 kilometer met in totaal 8500 positieve hoogtemeters. Dat valt in de categorie “behoorlijk zotjes”. Het eerste deel van de wedstrijd liepen we behoorlijk laag en dat lag me eigenlijk wel. Ik draaide vlotjes vooraan mee. Het laatste stukje naar de top van de Taga (net boven de 2000m) moest ik wat lossen, maar ik passeerde er nog in vijfde positie. Van de top ging het recht naar beneden over een erg steile grashelling. Aan haarspeldbochten en paden doen die Spanjaarden niet mee. Dat is voor softies. Mijn ervaring is dat die mannen daar als zot naar beneden vliegen. Misschien deden ze dat wel, maar ik vloog in elk geval gewoon mee. Terug beneden liep ik zelfs gewoon aan de leiding.
Tijdens de volgende klim werd duidelijk dat ik niet in mijn beste klimdag was. Ik moest behoorlijk wat terrein toegeven, maar in de daarop volgende afdaling ging het terug een heel stuk beter. We liepen nu steeds dieper het hooggebergte in. De volgende klim verloor ik terug terrein. Hier liep het het parcours een tijdje over een graat met verschillende toppen van net boven de 2800 meter. Het parcours was hier echt wel wat te technisch voor mij. Dikwijls was het eens stukje op handen en voeten over de rotsen klimmen en tijdens afdalingen van rotsblok naar rotsblok springen. Dat is nooit echt mijn specialiteit geweest in zolang ik in ons vlakke landje blijf wonen zal het waarschijnlijk nooit mijn specialiteit worden. Na nog maar eens een afdaling volgde de klim naar de top van de Puigmal. Met zijn net geen 3000 meter was dat het hoogste punt van de wedstrijd. Om er te geraken moesten we op een dikke drie kilometer 1000 meter stijgen. Ik geraakte tijdens die klim voor geen meter vooruit. Bar en bar slecht. In de afdaling kwam ik dan weer op gang. Na een zacht dalend stuk op grote hoogte ging het erg steil omlaag de vallei in. De afdaling ging bij mij schitterend. Het was een afdaling met veel boomwortels, wat stenen en steengruis, maar weinig rotsblokken. Zoiets ligt me wel. Ik zat perfect in het ritme en kon zonder problemen de hoogtemeter in de richting van 50 meter per minuut duwen. Verticaal is dat voor alle duidelijkheid. Als je dat nog kan na meer dan tien uur lopen gaat het echt wel goed.
De rest van de wedstrijd liepen we terug een stuk lager en het verhaal bleef grotendeels hetzelfde: tijdens de beklimmingen terrein verliezen en tijdens de afdalingen terrein terugwinnen. Uiteindelijk kwam ik toe als zeventiende na net geen twintig uur lopen. Mijn beklimmingen waren rotslecht en mijn afdalingen waren supergoed. Ik kijk dus met een erg gemengd gevoel terug op mijn wedstrijd. Top zal ik hier nooit zijn. Daarvoor is het parcours te zwaar en te moeilijk, maar ik moet toch een stuk beter kunnen dan dat.

Een weekje later trok ik eventjes naar Zwitserland om in Davos de Swiss Alpine Marathon te gaan lopen. In tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden is die 78 kilometer lang. Met de 2700 positieve hoogtemeters valt hij in de categorie “soft”. Naar mijn normen toch. Tijdens de aanloop naar de wedstrijd had ik een flink slaaptekort verzameld, dus mijn ambitie was eerder beperkt. Op vrijdagavond vloog ik na het werk naar Genève. Ik had er nogal laat aan gedacht dat je naar Genève weliswaar veel goedkope vluchten hebt, maar dat tussen Genève en Davos zo ongeveer heel Zwitserland zit. Gelukkig zijn die Zwitsers erg milieubewuste jongens en kreeg je bij de inschrijving een treinticket heen en terug naar Davos vanuit elk Zwitsers station. Daar heb ik dus behoorlijk optimaal gebruik van gemaakt. Anders was dat wedstrijdje een behoorlijk dure grap geworden. Ik was natuurlijk wel een tijdje onderweg en het was dan ook al na middernacht toen ik in Davos toekwam.
Ik rolde mijn slaapzak uit op een tribune op een paar tiental meter van de start en probeerde toch een paar uurtjes slaap te verzamelen voor de ochtendlijke start. Na die start loop je een heel stuk doorheen de vallei naar Filisur. Het gaat af en toe een klein beetje op en af, maar naar mijn zin zit er toch wel erg veel asfalt in de eerste wedstrijdhelft. Het ging dan ook een pak sneller dan ik gewoon ben. Tegen dat de eerste (en enige noemenswaardige) klim eraan kwam deden al mijn beenspieren al lastig van de kloppen op dat harde asfalt. Na mijn ervaring van de week tevoren was het niet echt een verrassing dat de klim niet echt goed ging. Niet zo barslecht als de week tevoren, maar toch slecht. Na de passage aan de Kesch-hütte daalden we een klein beetje en werd het terrein wat rotsachtiger. Dat ging me dan weer een stuk beter af dan de andere lopers. Zelfs het kleine klimmetje naar de Sertigpas (dik 2700 meter hoog) dat daarop volgde ging verrassend goed. Van de pas was het in hoofdzaak een afdaling naar Davos. Ik had er natuurlijk zin in en gooide me flink in de afdaling. Het was een erg eenvoudige afdaling met een wel heel erg goed begaanbaar pad waar amper een steentje op ligt. Echt iets waar je volle bak op kan lopen en dat deed ik dan ook. Na vijf haarspeldbochten had ik al twee lopers ingehaald die de afdaling duidelijk iets minder leuk vonden. En toen slaagde ik erin om mijn voet wel heel slecht neer te zetten op één van de zeldzame stenen op het pad. Het deed niet bepaald deugd en de laatste twintig kilometer naar de aankomst heb ik meer gestrompeld dan gelopen. Ik kwam daar toe als 42e (op meer dan 1000 aankomsten) na net geen acht uur lopen en strompelen, voor wie het zou interesseren. Mijn enkel stond helemaal gezwollen. Bij de vriendelijke EHBO ben ik dan maar wat verband gaan halen om toch wat steun te geven. Het is natuurlijk typisch dat ik zonder problemen over de rotsen huppel als het nodig is, maar dan uitgerekend op zo’n doodsimpele jeannettenafdaling mijn enkel om zeep help.

Ondertussen zijn we een week verder en is de enkel nog steeds erg gezwollen en gevoelig. Mits stevig tapen lukt lopen gelukkig wel en dat doe ik dan ook. Zonder tape lopen is echt geen goed idee heb ik al gemerkt. Ik hoop vooral dat het niet te lang duurt voordat mijn enkel terug een wat normaler formaat krijgt. Ik heb nog wel een paar plannen waar ik beide enkels hard voor zal nodig hebben.

Het enige andere meldenswaardige van afgelopen maand is dat ik in eigen gemeente Merelbeke ben uitgeroepen tot Merelbeeks Ambassadeur. Volgens de oorkonde is dat omwille van mijn “bijzondere sportieve verdiensten” en mijn “uitzonderlijke bijdrage aan de uitstraling van de gemeente Merelbeke”. En ik die dacht dat het was omdat ik zo’n lieve jongen ben. Hoe een mens zich toch kan vergissen.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Auw

Een foto van mijn voeten na afloop van de Swiss Alpine in Davos. Vooral die linkerenkel is niet echt normaal. En het deed niet bepaald deugd.
Voeten na de Swiss Alpine

Posted in Algemeen | Leave a comment

Nieuwsbrief juni 2011

De maand begon met het lange Hemelvaartweekend. Lange weekends zijn natuurlijk van die schitterende uitvindingen waar je zeker iets mee moet doen. Een goede week op voorhand keek ik dus uit naar mogelijkheden en uiteindelijk viel de keuze op Ierland. Gewoon naar Dublin vliegen en dan in de Wicklow Mountains net ten zuiden van de stad wild kamperen en lopen. Een goed plekje voor mijn tent vinden bleek nog niet zo eenvoudig. Ik zette het uiteindelijk op net naast een riviertje waarin het water toch iets te veel kleur had om het risico te nemen om ervan te drinken. De eerste dag ging ik dan maar een paar liter drinken halen en liep daarna nog een toertje in de buurt van mijn tent. Later merkte ik dat het water in de iets grotere riviertje toch drinkbaar is, zelfs al zit er meestal wat van die overheerlijke “dead sheep flavour” in. Ik ben er toch niet ziek van geworden.
De dag erop (de vrijdag) was ik dan van plan om er eens goed tegenaan te gaan. Ik vertrok over de Wicklow Way naar het zuiden tot ik in Glendalough kwam en keerde toen terug over de heuveltoppen. De Wicklow Way bleek een erg druk begane route te zijn, maar erg mooi, prima onderhouden en onmogelijk om verkeerd te lopen. Op voorhand had ik me afgevraagd waarom er behalve de Wicklow Way zou weinig paden in de Wicklow Mountains zijn. Het antwoord kreeg ik teruglopend over de heuveltoppen. De best beloopbare stukken liep ik over van die grote grasbulten waar je onmogelijk op een normale manier je voeten op kan neerzetten. Het alternatief bestond uit modder, modder en modder. Alle paden verdwijnen gewoon ergens in een moeras. Overal en overal waren er bogs. Bij ons zouden we venen zeggen, maar het is toch niet helemaal dat. Soms was het gewoon een paar kilometer aan een stuk doorheen de zwarte stinkende blubber ploeteren. Het blijft me nog altijd verbazen dat ze er op de Britse eilanden toch steeds in slagen hun moerassen boven op de bergen te leggen. Gelukkig lagen de bergen er vrij droog bij. Ik mag er niet aan denken om daar tijdens een natte periode te komen. Het werd een duurloop van twaalf uur voordat ik terug aan mijn tentje kwam. ‘s Avonds kwamen nog een paar hertjes op bezoek om me wat op te vrolijken. Erg mooi.
Op zaterdag bleef ik wat meer in de noordelijke Wicklows. Eerst liep ik wat over de paden die je zo dicht bij Dublin wel vindt. De loop van de dag tevoren zat nog wat in de benen zodat ik eerder moeizaam op gang kwam. Na een paar uurtjes liep ik dan toch wat vlotter en waagde me terug aan een toertje door de bogs. Net als de dag tevoren liep ik gewoon van top naar top. Uiteindelijk kwam ik na zeven uur lopen terug bij mijn tentje. Daarna was het alles opruimen en afbreken en me naar beneden spoeden. Ik vloog op zondagochtend vroeg terug, daarom zat een training op zondag er niet meer in. Toch niet in Ierland.

Een weekje later ging het dan richting Ardennen, meer bepaald Olne. Zoals elk jaar organiseerden de Coureurs Célestes tijdens het Pinksterweekend een ongeveer honderd kilometer lange wedstrijd. Dit jaar was dat 107km. Mijn belangrijkste ambitie was om beter te doen dan twee weken geleden in Marche les Dames. Ik deed dan ook niet al te zot en liep de eerste twee uren een beetje achter de kopgroep zonder ze al te ver te laten weglopen. Tijdens een paar vlakke kilometers kwam ik er zelfs bij en nog een paar kilometer verder liep ik alleen nog samen met Papy aan de leiding. Toen die een stukje doortrok moest ik toch passen. Hij was gaan vliegen en de eerstvolgende keer dat één van de lopers hem terugzag was in de late namiddag aan de toog bij de aankomst. Het is wel duidelijk wie momenteel de man in vorm is. Achter hem probeerde ik mijn eigen tempo vast te houden.
Het eerste deel van het parcours was naar mijn menig toch veel verhard, maar eens we in de Voerstreek kwamen werd het leuker. Daar zaten er een paar leuke hellingen in en liepen we de hele tijd door bossen en over leuke paadjes. Een stuk van een paar tientallen meters was het zelfs door de bedding van riviertje. Water tot aan de knie, erg leuk zeker op zo een warme dag. Na de Voerstreek liepen we doorheen het Land van Herve richting Blegny. Dit was opnieuw een stuk met erg veel asfalt. Asfalt is nooit mijn favoriete ondergrond geweest en ik voelde mijn benen er helemaal kapot gaan. Het zou niet meer goed komen met mij. Blegny staat in de eerste plaats gekend voor zijn steenkoolverleden. Er zat daar dan ook een pittige terril in het parcours. Het was zo eentje waar je op handen en voeten omhoog moet klauteren en waar je een prachtig uitzicht van op de top hebt. Na de terril ging het snel naar Chaudfontaine om dan langs de Vesdervallei (zowel hoog als laag in de vallei natuurlijk) terug naar Olne te lopen. Het grote voordeel van dit stuk is dat het echt wel een prachtige vallei is en dat ik dit stuk van de vallei eigenlijk nog niet kende. Het grote nadeel is dat na de lange asfaltstukken mijn beentje echt niet meer vooruit geraakten en ik dus langs alle kanten werd voorbij gelopen. Het grote voordeel daarvan is dan weer dat ik wat meer tijd heb gehad om van de uitzichten te genieten. Uiteindelijk kwam ik toe als 13e na twaalf en een half uur.
Naar resultaat is dat niet echt beter dan Marche, maar ergens ben ik ervan overtuigd dat ik gewoon de afstand nog niet in de benen had en dat in een wedstrijd over een vijftigtal kilometer zoals in Marche ik veel beter voor de dag zou zijn gekomen.

Het weekend erna liep ik eens geen wedstrijd en hield me in de eerste plaats bezig met ziek zijn. Nog een weekend later had ik wel terug een uitstapje gepland. Ik voelde me zeker nog niet helemaal in orde, maar trok toch eventjes naar Spanje. In de bergen een klein beetje ten noorden van Madrid zou ik de Gran Trail Peñelara gaan lopen. Omdat de wedstrijd zo dicht bij Madrid wordt gelopen lukt het om op vrijdagavond na het werk naar Madrid te vliegen, op zaterdag de wedstrijd te lopen, op zondag terug te vliegen en op maandag terug te gaan werken. De nacht voor de wedstrijd sliep ik naast het kerkje van Barajas bij een bankje. Dat is wel praktisch wanneer je daar hebt afgesproken met een Spanjaard waarmee je ‘s morgens naar de start kan rijden, maar niet zo heel rustig omdat het kerkje midden op een groot rond punt staat waar de hele nacht verkeer voorbij raast. In elk geval stond Luis er netjes om vijf uur ‘s morgens en had ik maar uit mijn slaapzak te rollen en in te stappen.
De wedstrijd zelf dan. De wedstrijd is een loopje van 112km met in totaal een dikke vijfduizend positieve hoogtemeters. Dat is mooi, maar naar mijn normen niet extreem. De hele tijd loop je ergens tussen de 1000 en 2500 meter hoogte. Het leek me een uitstekende gelegenheid om terug wat berggevoel in de benen te krijgen. Ik startte erg behoudend en tijdens de aanloop naar de eerste klim koos ik ergens positie rond de tiende plaats. Eens de klim echt begon bleek dat ik toch nog wat power in de benen mis. Ik verloor tijdens de klim vooral terrein. Niet dat ik zo gigantisch veel verloor, maar toch wat meer dan ik zelf leuk vond. Hoewel het nog erg vroeg was, werd het al snel warmer. Om zeven uur in de ochtend droop het zweet al van mij af. Dat belooft voor de rest van de dag. Het was ook direct vrij brutaal klimmen. Na acht kilometer wedstrijd stonden we al duizend meter hoger. Na een klim volgt natuurlijk een afdaling en dit was direct een erg leuke. Op acht kilometer zouden we die duizend meter die we eerder klommen helemaal terug moeten afdalen. Het begon met een steil rotsig pad met veel losliggende stenen. Op zoiets is het zaak om vooral snel en goed de voeten te plaatsen. Het was een tijdje geleden dat ik nog eens wat op technischer terrein had gelopen. Het was voor mij dus een prima training om nog eens een dergelijke helling te doen. Eigenlijk ging het beter dan ik gevreesd had. Ik kon netjes mee met de Spaanse berggeiten. Het onderste deel van de afdaling was wat zachter en door de bossen. Dat liet toe om heel goed tempo te maken.
De volgende klim was wat zachter en korter. Die ging bij mij toch een stuk beter dan de vorige. De zon begon steeds harder te schijnen en de temperaturen gingen nu echt wel in de richting van gloeiend heet. Boven op de col kwam vanuit de volgende vallei een sterke geur van lavendel en allerhande andere kruiden me tegemoet. Veel mediterraner dan dit wordt het echt niet. De afdaling zelf was over een half dichtgegroeid pad. Beeld je iets in met lang gras waardoor je niet ziet waar je je voeten ergens neerzet. En onder dat gras liggen natuurlijk veel stenen waar je je voeten beter niet op neerzet. Niet simpel, maar het ging me eigenlijk wel goed af. Het daarop volgende stuk was eerder vlak en ook de volgende klim stelde niet bijster veel voor. Alleen die hitte, die begon zich nu echt te laten voelen. Eens ook die afgedaald was (onverharde wegen, echt makkelijk in vergelijking met wat ervoor kwam) kwam ik pal op de middag bij een bevoorrading waar lopers in allerlei gradaties van oververhitting terug krachten opdeden voor de rest van de wedstrijd. Ik bleef er ook enige tijd alvorens verder te lopen.
De volgende klim was hoofdzakelijk ook vrij eenvoudig. Jammer genoeg kreeg de hitte me hier echt wel goed te pakken. Het zorgvuldig naar binnen gewerkt eten en drinken koos voor de vrijheid en kotste ik uit op het pad. Niet leuk. Dan maar proberen om toch een beetje te drinken en verder te gaan. Wat verder lag dat water ook al op het pad. Oei, dit wordt problematisch. Ik heb me dan maar een half uurtje aan de kant in een zeldzaam plekje met schaduw gezet in de hoop dat mijn lichaam wat tot rust zou komen en zich verder gedragen. Niets gegeten of gedronken. Toen ik probeerde verder te gaan stond ik binnen de vijf minuten alweer kotsend aan de kant. Dat is over en out. Op die manier nog vijftig kilometer doorheen een verlaten berggebied in een verzengende hitte gaat gewoon niet. Bij de eerste gelegenheid die zich voordeed ben ik in een auto van de organisatie gestapt en heb me naar de start laten terugrijden. Als yeti moet ik voor dergelijke hitte fysiek helemaal in orde zijn en dat was ik nu echt niet. Toen ik de volgende dag op de luchthaven het Spaanse nieuws op tv zag, vertelde men dat het die nacht om middernacht nog steeds meer dan dertig graden was in Madrid. Zelfs voor de Spanjaarden warm genoeg om het op het nieuws te vermelden.
Toch vind ik het een prachtige wedstrijd met een uitstekende organisatie. En aangezien hij zo gemakkelijk bereikbaar is zal ik er nog wel eens heen trekken. Ik kan hem in elk geval aan iedereen aanraden.

Daarna werd het al juli, maar aangezien ik gisteren nog een wedstrijdje liep, neem ik dat er ook nog bij voor deze nieuwsbrief. Het was een 80km in de Franse Ardennen met in totaal 4000 positieve hoogtemeters. Naar Ardense normen zijn dat gigantisch veel hoogtemeters. De manier waarop die verzameld worden is door ons voortdurend de hellingen van de Semoy en ook eventjes de Maas op en af te sturen. De Semoy is het Franse stuk van de rivier die in ons land met de naam Semois door het leven gaat. En dat die beide rivieren stevige flanken hebben, kan ik ik je garanderen.
Na het Spaanse debacle van vorige week vertrok ik zonder veel ambitie. Ik liet de koplopers dan ook vrolijk op kop lopen en volgde rustig op positie tien of vijftien schat ik. Tijdens die eerste kilometers kregen we een prachtig zicht toen we naast ons in het eerste daglicht de vallei van de Semoy zagen liggen die helemaal met wolken gevuld was. Typisch een beeld dat je kent van foto’s uit de bergen, maar ook in de Ardennen kan je dergelijke prachtige uitzichten tegen komen. Ik voelde me eigenlijk wel goed en begon al snel wat lopers in te halen die blijkbaar wat snel gestart waren. Zo liep ik vrolijk van de ene naar de andere. Dat blijft natuurlijk niet eeuwig duren en uiteindelijk bleef ik wat hangen bij iemand die een tempo liep dat vrij goed overeenkwam met het mijne.
Een hele tijd liepen we min of meer samen verder. Af en toe nam hij eens wat voorsprong (tijdens de beklimmingen; de power zit echt nog niet in de benen) en af en toe liep ik weg van hem (tijdens de afdalingen). Pas nadat we zo een uurtje bezig waren kreeg ik door dat wij aan de leiding liepen. Beklimmingen en afdalingen hebben we natuurlijk meer dan genoeg gekregen. Regelmatig was het op handen en voeten een ware muur opkruipen. Ook de afdalingen mochten er best zijn. Er zaten een paar echt technische stukjes in waar ik me helemaal op heb kunnen uitleven. Zelfs een klein tunneltje in het parcours zorgde voor dat tikkeltje extra. De hele tijd liepen we doorheen de uitgestrekte bossen met regelmatig verbluffende uitzichten op de Semoy. Echt een schitterend parcours en zeker een van de zwaarste wedstrijden die je in de Ardennen kan vinden.
Bij mij ging het ondertussen uitstekend tot aan kilometer vijftig. Toen was het plots gedaan. Ik geraakte voor geen meter meer vooruit. Verschillende mensen hebben me achteraf gevraagd wat er gebeurd is en ik weet het eigenlijk zelf niet heel goed. Ik liep steeds heel ontspannen en heb voldoende gegeten en gedronken. Degenen die ons onderweg hebben zien passeren zegden dat ik er veruit het meest ontspannen uitzag terwijl de rest duidelijk aan het afzien was. Ik denk dat het in de eerste plaats met een gebrek aan frisheid te maken heeft. Uiteindelijk kwam ik pas als 17de toe na elf uur en nog wat lopen.

Je ziet dat ik de afgelopen maand terug volop aan het lopen ben geslagen. De resultaten vallen tot nu toe wat tegen, maar ik ben ervan overtuigd dat ik momenteel een pak meer waard ben dan de uitslagen laten vermoeden. Ik zal proberen om dat volgende maand ook naar uitslagen te vertalen. De komende twee weekends heb ik geen wedstrijden voorzien, maar daarna vlieg ik er terug in met wedstrijden in Spanje en Zwitserland.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Jagen op Keltische tijgers

Afgelopen weekend een paar dagen in de Wicklow Mountains rondgedwaald en daarvan wil ik natuurlijk de routes die ik liep ter beschikking stellen. En ziezo, het kaartje staat hieronder.

Het rode liep ik op donderdagavond, het groene op vrijdag en het blauwe op zaterdag. Laat je niet vangen aan het westelijk deel van de groene lus en het zuidelijk deel van de blauwe lus. Dat is best wel pittig terrein waar je bijzonder traag vooruit gaat.

Posted in Algemeen | Leave a comment

Nieuwsbrief mei 2011

Het begin van de maand was nog steeds een periode van absoluut niet lopen. Uiteindelijk heb ik het er dan toch maar eens op gewaagd om te herbeginnen en tot mijn grote vreugde had ik geen last terwijl ik liep. De hiel was nog steeds gigantisch gevoelig, maar lopen of stappen ging zonder iets te voelen. Vraag me niet hoe dat kan. Het is te zeggen, zonder iets van mijn blessure te voelen. Na een uurtje lopen was ik helemaal stijf. Erg.
Verstandig als ik ben bouwde ik natuurlijk erg rustig op met een paar rustige duurloopjes van ongeveer een uurtje. Tegen het einde van de week vond ik dan dat ik wel verstandig genoeg geweest was en besloot eens zwaar te gokken. In de Ardennen ging een etappeloopje van twee dagen door waar ik eigenlijk wel graag aan wou meedoen. Als de achillespees dat zou uithouden, was ik er gerust op dat ik terug zou kunnen beginnen opbouwen.

Ik trok dus naar Surister (ergens tussen Verviers en Spa) waar het op zaterdag met de bus naar Eupen ging. Met vier trainingen op een maand tijd had ik natuurlijk geen enkele ambitie. Ik probeerde dan ook gewoon rustig het parcours af te joggen. Dat betekende een mooie lange loop doorheen de bossen. Het ging vrij vlot al voelde ik natuurlijk het gebrek aan training een beetje. Zeker na de tweede bevoorrading na een dikke 40 kilometer viel mijn tempo behoorlijk terug. De hellingen in de buurt van Spa die we op het einde nog te verwerken kregen, waren echt wel afzien voor mij. Maar het belangrijkste van al: ik haalde zonder problemen de aankomst. Ik geef grif toe dat mijn tijd van 9u45 over 70km niet bijster snel is, maar dat had ik dan ook niet verwacht.
De volgende ochtend geraakte ik zowaar nog zonder veel strompelen uit mijn bed, zodat ik besliste om ook de tweede etappe mee te lopen. Met de bus ging het nu naar Bütchenbach waar we weggeschoten werden voor een etappe van 63km. Grote verrassing toen bleek dat ik de etappe van de zaterdag blijkbaar zelfs beter dan de meeste anderen had verteerd. Erg vlot ging het langs het meer van Bütchenbach, doorheen de bossen, naar en langs het meer van Robertville en nog verder naar Malmedy. Bij Malmedy mochten we dan een lokaal toertje doen met een paar waanzinnige hellingen in alvorens het verder richting Surister ging. Dat deel van het parcours was voor mij iets beter gekend terrein. Heel ruw kwam het overeen met wat ik liep de avond voor Olne-Spa-Olne. Overdag bleek het nog mooier te zijn dan toendertijd ‘s nachts. Zeker de vallei van de Hoëgne is echt wel een pareltje. Ik was natuurlijk gigantisch tevreden toen ik opnieuw zonder enig probleem de aankomst haalde. Deze keer deed ik er meer dan tien uur over. Ik geef toe dat ik niet bijster snel liep, maar volgens mij hebben we toch een flink pak kilometers meer gekregen dan op voorhand aangekondigd. Meer plezier voor hetzelfde geld is natuurlijk altijd leuk meegenomen.
Ik kijk in elk geval terug op een schitterende wedstrijd die echt wel wat meer deelnemers verdient. De Grand Trail des Lacs et Châteaux is echt wel een juweeltje. Zeg dat ik het gezegd heb. Zeker de tweede etappe is van het mooiste dat je in België zal vinden. En er zijn zelfs kortere afstanden voor wie liever iets minder overdrijft dan mij.

Daarna was ik natuurlijk gigantisch stijf. Blijkbaar zijn er toch bepaalde dingen die je beter niet doet zonder een minimum aan training. Dat is weer iets dat ik bijgeleerd heb. Ik trok me er in elk geval niet al te veel van aan en haalde de week volgend op de wedstrijd terug vlot de 200 trainingskilometers.

Afgelopen weekend trok ik dan nog eens naar de Ardennen, naar Marche les Dames deze keer, om er de 54km lange Trail des Vallées du Chevalier te lopen. Met toch al drie weken training in de benen hoopte ik op een beetje vooruitgang, zonder echt ambitieus te worden natuurlijk. Het voelde in elk geval goed en de eerste tien kilometer kon ik zelfs in het kopgroepje meedraaien. Daarna krijg je in Marche het “partie technique” te verwerken. Dat betekent simpelweg een aantal keren de rotsen recht op en af.. De ladders en touwen die er gangen komen echt wel goed van pas.
Ik deed dit stukje zonder forceren en zag Papy er van me weglopen. Achter hem bleef ik meedraaien bij Fabrice en Droopy. Na het “partie technique” volgt een beter beloopbaar deel van het parcours. Zeker met de droogte van de laatste tijd lag het erg hard en snel. Hier voelde ik toch vrij sterk het gebrek aan training. Ik moest de anderen laten gaan en er waren zelfs drie lopers die me terug bijhaalden. Toch bleef ik de hele tijd op een aanvaardbaar niveau lopen. Ik kraakte zeker niet. Na een lange trappenpartij in de laatste kilometer zat de wedstrijd er voor mij op na een klein vijf en een half uur. Met mijn zevende plaats kan ik natuurlijk alleen maar tevreden zijn.

De toestand van mijn achillespees blijft tot nu toe gelukkig stabiel. Ik heb geen last als ik stap of loop, maar aan mijn hiel is er een plaatsje waar je me echt kan doodduwen. Mijn strategie is om daar dus in geen geval en te komen en te hopen dat het wel zal verdwijnen. Een beetje struisvogeldenken zal voor een keer wel geen kwaad kunnen hoop ik. Het is in elk geval de bedoeling om binnenkort toch in de buurt van mijn oude niveau te komen. Erg veel spectaculairs is er nog niet gepland en zal er deze zomer bij gebrek aan verlof ook niet komen. Al ziet het er naar uit dat ik mijn volgende nieuwsbrief toch over wat buitenlandse uitstapjes ga kunnen vertellen.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel

Het is een slechte gewoonte aan het worden, maar ik ga nog eens een beetje zagen. Afgelopen zondag was het de twintig van Brussel en tussen de vele lopers heeft er eentje de wedstrijd niet overleefd.

Eerst even heel duidelijk stellen: zoiets is natuurlijk steeds een drama voor iedereen die de persoon in kwestie kent. In de eerste plaats moeten de gedachten uitgaan naar familie en vrienden.

Maar het kan geen kwaad om te beseffen dat zoiets steeds kan gebeuren. De enige zekerheid in het leven is nog altijd dat het eindigt. Is het niet tijdens een loopwedstrijd dan is het wel op een ander moment. Waar ik even op wilde reageren is wat ik erna las. Een voorstel van een sportarts om alle lopers verplicht medisch te laten testen. Dat klinkt iedereen die wel al eens in Frankrijk gelopen heeft natuurlijk bekend in de oren. En ja, in het artikel wordt de marathon van Parijs als voorbeeld genoemd waar een medisch attest nodig is. Dat in Frankrijk een medisch attest nodig is schreef ik een hele tijd geleden al eens. Jammer genoeg is Frankrijk het meest overgereglementeerde land ter wereld en het ziet ernaar uit dat het in de toekomst alleen maar erger gaat worden.

Maar ze moeten me nog steeds eens uitleggen wie er nu gelukkiger van wordt om al die papieren te verplichten? Ik snap het echt niet. Ik kan zonder enig probleem tien of twintig uur aan een stuk lopen zonder dat iemand me zal tegen houden. Maar als ik een borstnummer opspeld, al is het maar voor 100 meter, heb ik plots een papiertje getekend door een arts nodig waarop staat dat ik zo op het eerste zicht bekeken niet dood zal vallen als ik begin te lopen. En niet te vergeten dat erop moet staat dat het geldt “in competitie”. Als dat er niet op staat mag je echt niet starten. Begrijpe wie kan.

En de grote vraag is natuurlijk of dat wel helpt. Het is me niet duidelijk wat juist allemaal zou moeten getest worden volgens de sportarts, maar in hoeverre kan je die plotse overlijdens voorzien? Is het niet allemaal gigantisch veel moeite voor bitter weinig resultaat? Volgens mij zal je veel meer levens sparen als je iedereen verbiedt om met de auto naar de wedstrijd te komen. Het voortraject is volgens mij nog steeds een pak gevaarlijker dan het lopen zelf.

Maar wat ik me eigenlijk het meest afvraag: is er eigenlijk enige indicatie dat zo’n verplicht onderzoek iets helpt? Kent iemand een studie die het aantal plotse overlijdens tijdens wedstrijden in Frankrijk (waar alle lopers dus medisch gekeurd zijn) vergelijkt met het aantal overlijdens tijdens wedstrijden in andere landen? Het zou me bijzonder interesseren. En wie nog echt naïef zou zijn, kan ik alvast vertellen dat ook in Frankrijk af een toe een loper doodvalt tijdens een wedstrijd. Blijkbaar geeft dat medisch attest toch ook niet de absolute zekerheid waar sommigen zo graag heen zouden willen.

Dat hierboven schreef ik eigenlijk gisteren al. Vandaag was het dan Vankrunkelsven die zich even wilde profileren. Zijn openingszin voorspelt al niet veel goed: De dood van de man van 26 tijdens de 20km door Brussel was te vermijden. Ongetwijfeld. Achteraf is het altijd makkelijk praten. Op die manier worden we allemaal honderd jaar natuurlijk.

Wat was dan het grote probleem volgens Vankrunkelsven? Er was geen water aan kilometer 13. Er was wel sportdrank. Er was ook water aan kilometer 6.5 en aan kilometer 15. Is er nu een zinnig mens die me het verband kan uitleggen tussen 8.5 km zonder water (we weten niet eens of de persoon in kwestie iets gedronken heeft aan kilometer 13) en hartproblemen? Mij ontgaat het in elk geval totaal. Ik ben het ermee eens dat het bekertje water dat dr. Vankrunkelsven blijkbaar te kort kwam hem kan gefnuikt hebben op weg naar een toptijd. Het is echter totaal ridicuul dat daardoor iemand in levensgevaar zou zijn gebracht. Zeker bij een verzengende hitte van toch wel… 25 graden. Wees gerust, in Brussel zal niemand door dehydratie om het leven komen. Vankrunkelsven weet ongetwijfeld ook wel dat al meer slachtoffers gevallen zijn door hyponatremie (te veel drinken) dan door dehydratie (te weinig drinken). En wat het risico op levensbedreigende dehydratie betreft is sportdrank natuurlijk even goed als water.

Blijkbaar heeft Vankrunkelsven echt wel dorst gehad, want pas helemaal aan het einde laat hij nog even weten dat hij voor hartscreening van adolescenten is. Wat het met zijn gewauwel van erboven te maken heeft ontgaat me nog steeds totaal. In hoeverre een screening bij adolescenten gaat garanderen dat er tien jaar later wanneer het twintigers geworden zijn, geen hartfalen meer kan optreden is me ook verre van duidelijk. Laat staan wanneer ze nog ouder geworden zijn. Eigenlijk is me alleen duidelijk dat Vankrunkelsven een beetje aandacht nodig had. En dat hij echt wel dorst heeft gehad. Den duts.

Posted in Lopen | 5 Comments

Groene zever

Het is verre van mijn gewoonte om politieke dingen op mijn blog te zetten, maar ze moeten nu ook niet te hard overdrijven.
Groen Europarlementslid Bart Staes vond het nodig om vandalisme tegen iets waar je niet mee akkoord bent een vorm van democratische strijd te noemen. Vreemd idee van democratisch heeft die kerel. Hij gaat zelfs nog verder: Wie het vernielen van een deel van een veld met genetisch gemodificeerde aardappelen in Wetteren louter bestempelt als vandalisme of een onverantwoorde manier van actievoeren is zelf onverantwoord bezig. Tja, dan zal ik wel onverantwoord bezig zijn zeker. Ik vind het zelfs niet eens de moeite om daar argumenten aan toe te voegen.

Wie ergens op democratische wijze wil voor strijden kan dat ongetwijfeld gaan doen op het volgende adres:
Europees Parlement – Kantoor ASP 7H145
Wiertzstraat 60
1047 Brussel
Al heb ik ergens het vermoeden dat u redelijk wat “democratische medestanders” zal nodig hebben alvorens u daar zomaar binnen kan wandelen. Voor alle duidelijkheid: niet doen, he. Het is niet omdat die wietel vreemde ideeën over democratie heeft, dat wij die ook moeten hebben.

Gelukkig zijn er toch nog een paar verstandige mensen bij Groen! en distantieerde de partij zich snel van de uitspraken.

Het aantal verstandigen blijkt toch eerder beperkt te zijn, jammer genoeg. Zo heb ik me een paar dagen geleden nog behoorlijk groen geërgerd aan aloude Mieke Vogels. Die vond afgelopen donderdag het nodig om in de Senaat nog eens haar scherpzinnigheid ten toon te spreiden in een vraag aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid:
Dinsdag werd het derde rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg over de effectiviteit van homeopathie bekendgemaakt. Het rapport schuwt de grote woorden niet: “Nog nooit werd de werking van homeopathie werkelijk bewezen en als het al een effect heeft dan is het een placebo-effect”. Toch kan het Kenniscentrum, wat het trouwens ook erkent, niet voorbij aan de talrijke mensen die erg goede ervaringen hebben met alternatieve geneeswijzen. Denk maar aan de tientallen verhalen van ouders van jonge kinderen met chronische luchtwegeninfecties die getuigen dat ze na vele kuren antibiotica werden geholpen met homeopathie. Die individuele gevallen duiden allicht op evidence-based.

Daar krijgt een mens dus grijs haar van. Het Kenniscentrum pluist alles uit en vindt geen effect dat sterker is dan een placebo-effect. Dat wil dus niet zeggen dat homeopathie niet kan werken. Er is toch niemand die eraan twijfelt dat een placebo kan werken? Het enige waar homeopathie bewezen tegen help is dehydratie. Als je er genoeg van drinkt natuurlijk. Indien u een degelijke studie laat uitvoeren waaruit het tegendeel blijkt zal ik grif mijn ongelijk toegeven. Wees gerust. Maar het ergste komt erna: nee, een verzameling anekdotische “bewijzen” is geen bewijs van werking. Er bestaat voldoende anekdotisch “bewijs” dat wijwater ook helpt tegen van alles en nog wat. Documentatie kan u ongetwijfeld in Rome opvragen. Maar bespaar ons er alstublieft van om wijwater door het RIZIV te laten terugbetalen. Zo ook voor homeopathie. Of het nu een pedofiele priester of een homeopaat is die met het water heeft staan schudden, maakt voor mij echt niet uit. Geschud water blijft het.

Indien mevrouw Vogels nog verdere vragen heeft over de werking van medisch onderzoek kan ze daar misschien eens over discussiëren met die tuttebel van de PVV (het clubke van Wilders) die er ook geen kaas van heeft gegeten:

Als ze het expres zou doen zou ik dat nog grappig vinden. Jammer genoeg meent die wat ze zegt. Maar soit, terug naar groene Mieke.

Nadat staatssecretaris Gérard Deprez het antwoord van bevoegde minister Laurette Onkelinx voorgelezen heeft, neemt ze nog eens het woord:
Ik roep alle partijen die de komende dagen bij de formateur hun opwachting maken dan ook op een hoofdstuk alternatieve geneeswijzen mee te nemen om in het volgende regeerakkoord te zetten. Ik zal dat alvast aan mijn partij vragen.

Mevrouw Vogels, laat het uit alstublieft. Ik weet dat die zever in jullie partijprogramma staat en dat is voor mij een gigantische “red flag”. Ik kan u verklappen dat ik niet op jullie zal stemmen zolang dergelijk gezwam in jullie programma blijft staan. Maar zorg alstublieft dat er nog partijen over blijven waar ik wel op kan stemmen.

Zo, even wat ergernis over de groentjes van de laatste dagen van me af geschreven. En beste groentjes, ik weet echt wel dat de andere kleurtjes op tijd en stond ook hun portie onzin verkondigen. Maar probeer het er een volgende keer toch iets minder dik op te leggen. Ik dank u.

Posted in Biologie, Geneeskunde, Grrmbbllmmbbggrrrrrr, Science | 4 Comments