Wat hier komt

Hier ga ik af en toe eens wat info gooien die ik willekeurig tegen kom en waarvoor ik geen zin heb om ze netjes in mijn site in te passen. Ik verwacht alvast een behoorlijke chaos…

Posted in Algemeen | Comments Off

Laatste nieuwsbrief

De beslissing is genomen: de samengevoegde nieuwsbrief van februari tot juli wordt mijn laatste. De eerste die ik schreef was die van januari 2008. We zitten dus aan een mooie reeks van bijna tien jaar. Waarom de beslissing om er nu mee op te houden? Dat heeft een paar redenen:

Veranderende tijden
Als eerste zijn de tijden veranderd. De technologie heeft de afgelopen tien jaar niet bepaald stil gestaan. Waar een nieuwsbrief via e-mail in 2008 een heel logische keuze was, is dat vandaag een pak minder evident. Vandaag is de evidente keuze om naar sociale netwerken te kijken. Met wat ik deed of wilde doen liep ik in elk geval tegen de limieten van e-mail aan (zie verder).

Te strakke timing
Ik heb me al die tijd, met een paar kleine uitzonderingen, netjes aan een schema van een nieuwsbrief per maand gehouden. Dat was bewust. Als ik niet een dergelijk duidelijk stramien vastleg weet ik van mezelf dat het al snel zou verwateren en uiteindelijk compleet stilvallen. Die regelmaat heeft natuurlijk het nadeel dat het schrijven van de nieuwsbrief soms valt in periodes dat het een pak minder past. Een aanzienlijk deel is raprap op de trein van en naar het werk geschreven. Dat komt de kwaliteit niet echt ten goede. Als ik iets doe ter vervanging van de nieuwsbrieven (normaal gezien wel) zal het in elk geval zonder een zelfopgelegd tijdsschema zijn. Als ik tevreden ben over het resultaat wordt het publiek. Eerder niet. En wanneer dat precies is, daar ga ik me echt niet mee opjagen.

Foto’s
E-mail is niet echt geschikt voor foto’s. Het kan natuurlijk wel om foto’s in een mail te gebruiken, maar het resultaat is zelden optimaal. In de loop der jaren heb ik pakken foto’s genomen waar ik niet veel meer mee deed dan online dumpen omdat het tekstuele van de nieuwsbrief voorrang kreeg. In de toekomst wil ik veel meer de nadruk op foto’s leggen en het belang van de tekst wat naar achteren schuiven.
Een poging om de teksten te versterken met foto’s heb ik gedaan met de pdf-versies van de nieuwsbrieven. De belangrijkste conclusie is dat ik niet de tijd heb om op die manier het tempo van eens per maand vast te houden. Op zich is het wel een manier van werken waar ik veel meer tevreden over ben dan over de zuivere tekst. Een groot nadeel van die manier van werken is dat het de tekst is die dicteert hoeveel foto’s ik kan gebruiken. Soms heb ik er een heel pak en moet ik zwaar selecteren. Op andere momenten heb ik er dan weer geen en moet aan anderen vragen of ik een foto van hun mag gebruiken (tijdsintensief!) of moet ik tevreden zijn met iets dat niet echt helemaal geschikt is.

Variabiliteit
Niet alle maanden zijn gelijk. Langs de ene kant had ik het vaste stramien van eens per maand echt wel nodig om ervoor te zorgen dat er effectief af en toe een nieuwsbrief was. Langs de andere kant heb je soms maanden waarover ik genoeg kan vertellen om een boek te vullen. Dat zorgt dan voor een nieuwsbrief van een paar pagina’s. In e-mail is dat een gigantische lap tekst die toch geen kat leest. Andere maanden heb ik eigenlijk niets te vertellen wat dan resulteert in een niet bijster interessant paragraafje. Dat de mensen dan wel rap even lezen. Globaal gesproken is voor de meest interessante nieuwsbrieven e-mail dus eigenlijk het minst geschikt.

Wat het in de toekomst dan wel gaat worden is een goede vraag. Ik heb verschillende ideeën waarvan ik de haalbaarheid aan het overwegen ben. Als iemand suggesties heeft mag je die gerust meegeven. Ik beloof natuurlijk niet dat ik alle suggesties zomaar zal volgen.
De belangrijkste criteria waar ik naar kijk:
* Goede integratie met foto’s
* Archiveerbaar
* Flexibel (ik wil mijn zin kunnen doen en niet in een vast voorgekauwd stramien opgesloten zitten)

Posted in Nieuwsbrief | 6 Comments

Nieuwsbrief februari-juli 2017

Sinds mijn vorige nieuwsbrief is het al een hele tijd geleden. Dat komt vooral doordat ik de afgelopen maanden niet veel thuis ben geweest. Gedurende twee en een halve maand was ik in Nepal aan het rondlopen. Voor en na Nepal zat ik dan nog kort in India. En daarna ben ik nog een paar weken in de States geweest.
Daarnaast kan ik ook aankondigen dat dit de laatste nieuwsbrief gaat zijn. Een langere uitleg over het waarom en wat ik dan wel van plan ben kan je lezen op http://blog.ptityeti.be/2017/07/laatste-nieuwsbrief/

Daarover kan je natuurlijk blijven vertellen, maar ik vind het lastig om het in een degelijke tekst te gieten. Ik ga me beperken tot een heel korte uitleg hieronder en een link naar de foto’s. Een kleine selectie daarvan is te vinden op https://www.flickr.com/photos/134992576@N02/sets/72157681988690192. De volledige collectie kunnen jullie bekijken op http://www.kleineyeti.be/pics/, maar aangezien het er een paar duizend zijn ga je even tijd moeten hebben.
Een kaartje van mijn route kan je vinden op https://drive.google.com/open?id=1kMdO7PWXZGh5Y2JgDS0V6exvnJc&usp=sharing

De hele onderneming was opgebouwd rond de Great Himal Race. Dat is een wedstrijd die ging proberen om de volledige Great Himalayan Trail in Nepal te volgen van oost naar west. De start was aan het Kanchenjunga Base Camp, vanwaar het richting Makalu gaat. Daar splitste de groep op. Met drie wilden we de hele tijd op de zogenaamde “high route” volgen. De rest van de groep koos een lagere route.
De hoge route bleek toch een paar lastigere passages te hebben en we liepen ons vast in de sneeuw bij Molun Pokhari. Dat betekende dat we moesten proberen om de anderen op de lage route bij te halen. Mijn twee metgezellen deden dit via een stuk in een jeep terwijl ik dat probeerde te voet via een kortere weg door de vallei van de Arun te doen. Korter bleek niet sneller te zijn en uiteindelijk had ik vanuit Lukla wat vliegtuig en bus nodig om de rest bij te halen.
Toen de Tilmann Pass in Langtang ook dichtgesneeuwd bleek te zijn, spatte de groep terug uiteen door de lange etappes. Een sneeuwstorm bij de passage van de Laurebina La zorgde er dan voor dat we maar met slechts vijf op schema over de geraakten. De rest passeerde met een dag achterstand in mooi weer. Pas na het Mansalu en Annapurna Circuit zouden we terug allemaal gehergroepeerd raken. Onderweg had ik aan de Annapurna nog een stukje mijn eigen variant gevolgd: langs Tilicho in plaats van Thorong La.
Dat allemaal samen blijven lukte toch drie dagen lang. Toen bleken enkel Vincent, Rob en ik over de Numala La en aan de dagaankomst in Ringmo geraakt te zijn. De anderen vonden geen weg over de col en keerden terug. Ze zouden een lagere route volgen om meer dan een week later terug op het voorziene parcours te komen. Vincent trok ook zuidwaarts om zich bij hun aan te sluiten terwijl Rob in ik als duo het meest afgelegen stuk dwars door Dolpo aflegden.
Na een zware passage van het noordelijke Dolpo bleken we een dag achterstand op de groep die langs het zuiden passeerde te hebben. Dat zou zo blijven tot aan de voorziene aankomst in Hilsa, helemaal in het Westen van Nepal. Daarna maakte ik alleen nog een omweg langs Limi om terug te keren naar Simikot en van daaruit met het vliegtuig terug naar Kathmandu.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Nieuwsbrief januari 2017

Zoals meestal begon ik het jaar met de Trail des Lucioles. Ik stond daar al voor de tiende keer aan de start, dus een grote verrassing zou dat niet mogen zijn. De tijd rond de wedstrijd draaide het al een tijdje niet bepaald soepel bij mij. Erg veel ambitie voor grootse prestaties had ik dus niet.
Er wordt daar altijd erg snel gestart. En zoals gewoonlijk is dat voor mij niet mijn sterkste punt. Ik schat dat ik erin slaagde om ergens rond de dertigste positie te hangen na een eerste kilometer op straat. Daarna ging het doorheen de duisternis omhoog over een veld. Terug omlaag, het bos in, en de hele tijd verder op en af. De dagen voor de wedstrijd had het behoorlijk gesneeuwd. Hier en daar lag er nog een behoorlijk pak, maar in het bos was de meeste toch weg. De sneeuw die er nog lag was in elk geval zwaar aan het smelten. Dat zorgde ervoor dat het overal een glibberige slierboel was. Bergaf is dat niet erg. Als je glijdt, glijd je naar beneden en dat is dan toch waar je heen wil. Bergop is wat lastiger en zeker zijwaarts op de helling is het dan een hele toer om overeind te blijven. Dat is natuurlijk juist de charme van de wedstrijd.
In de loop van het parcours slaagde ik erin om toch wat positie te winnen. Het komt er min of meer op neer dat ik op de vlakke stukken terrein verloor en op de rest terrein kon winnen. Gelukkig is er niet bijster veel vlak dus was dat globaal in mijn voordeel. Uiteindelijk kwam ik toe als 18de na 2u26. Niet bijster denderend als resultaat, maar het komt waarschijnlijk wel overeen met wat ik op dat moment waard was.

Een andere wedstrijd die ik de voorbije tijd nog gelopen heb is de Karrim’HOC. Dit is dan weer een oriëntatieloop over twee dagen. Het komt erop neer dat je eerst een dag in het bos mag lopen tot een punt dat je op voorhand niet kent. Daar ergens zorgt de organisatie voor logement en eten voor iedereen en de volgende dag mag je terug een hele dag door het bos lopen om terug bij de start te komen. Dat gebeurt in ploegjes van twee die de hele tijd samen moeten blijven. Het slachtoffer dat het zag zitten om een heel weekend met mij opgescheept te zitten was Siebrig.
De start was dit jaar in Hargnies wat net over de Franse grens midden in de bossen ligt. Toen we de kaarten kregen bleek dat het doel van de dag Landrichamps was wat eveneens vlak over de Franse grens en eveneens midden in de bossen ligt. Voor mij is dat een terrein waar ik af en toe wel eens kom tijdens mijn trainingen, maar dat net iets te ver is om er regelmatig heen te gaan. Veel voordeel van parcourskennis had ik dus niet.
De start gebeurt met heel de groep samen en de eerste opdracht is het intekenen van alle posten op de kaart. Bij de ene duurt dat al wat langer dan bij de andere wat er direct voor zorgt dat de lopers wat verspreid geraken. Wij waren eerder bij de trage tekenaars. Gelukkig hadden we alle posten wel behoorlijk goed ingetekend.
De eerste posten waren zeer goed te vinden. Het helpt af en toe wel dat door die gezamelijke start je dikwijls al iemand bij de post ziet rondhangen. Ook toen we helemaal alleen vielen bleef het goed gaan. Hier en daar maakten we een klein foutje, maar echt groot tijdsverlies bleef uit. Af en toe zagen we een andere gemengde ploeg. Eentje daarvan liep al in het begin van de wedstrijd weg van ons. De andere die we zagen waren er die we inhaalden.
Bij een van de laatste posten zagen we die er-snel-uitziende gemengde ploeg terug tegen. Ze kwamen van de andere kant naar de post. Geen idee wat daar gebeurd is, maar waarschijnlijk hebben ze redelijk gedwaald. We kruisten ze daar even, maar moesten ze al snel terug laten gaan. Die laatste posten bleek nog de meest taaie te zijn. Daar stonden op de kaart verschillende wegen die er in werkelijkheid helemaal niet bleken te zijn. Ook stonden we regelmatig op een breed pad waarvan op de kaart geen spoor te bekennen viel. Navigeren op foute kaarten is altijd een uitdaging. Toch lukte het ons vrij goed om ook die posten te vinden. Hier en daar was er eerlijk gezegd wel een beetje geluk mee gemoeid. Na een behoorlijk uitgeregende en glibberige dag bleken we de negende ploeg te zijn. En de tweede bij de gemengde teams. Die positie zouden we de volgende dag met hand en tand verdedigen.

De tweede dag start je met alle verschillende afstanden samen. Dat zorgt voor een wel heel omvangrijke groep die na het uitdelen van de postbeschrijvingen allen de posten beginnen in te kleuren en dan in allerlei richtingen vertrekken. Afhankelijk van het parcours waarop je zit moet je natuurlijk andere posten gaan zoeken. Dat zorgde er ook voor dat je zeker niet zomaar andere lopers mocht volgen. Dikwijls liepen die een stukje gelijk op maar moesten dan plots toch een post meer of minder zoeken.
De omstandigheden waren een stuk aangenamer dan de dat tevoren. In het begin was het nog wat grauw, maar na een tijdje kregen we een mooi zonnetje te zien. Dat maakt de hele omgeving direct een stuk vrolijker.
Het vinden van de posten ging terug prima. Op een paar kleine foutjes na vinden we ze bijna allemaal zo goed als direct. En er waren er een paar bij die ik eerlijk gezegd behoorlijk tricky om te vinden vond. We maakten goed tempo en kwamen als tiende ploeg aan de aankomst. In de eindstand over beide dagen samen bleek dat goed voor een achtste plaats. Bij de gemengde ploegen bleven we tweede. De ploeg die de dag tevoren kort voor ons eindigde lapte ons nu een half uur aan onze broek. Die waren dus echt wel gewoon sterker.
Het was in elk geval een erg leuke wedstrijd en deed me plezier om nog eens met Siebrig samen te lopen. Op naar de volgende plannen.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Nieuwsbrief december 2016

Naar jaarlijkse gewoonte ging ik in december eens weg tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Op het werk sluiten we dan en een hele week thuis blijven is voor mij uitgesloten. Ik kies dan gewoonlijk voor iets met wat bergen richting zuiden om niet helemaal vast te lopen in de sneeuw. Dit jaar viel mijn keuze zo op Libanon. Dat is een land waar ik nog niet eerder was en wat variatie in mijn bestemmingen vind ik altijd leuk. Ze hebben er ook de Lebanon Mountain Tail, een wandelroute die het hele land van noord naar zuid doorkruist. Daarmee had ik al direct een vaag plan. Het is alleen wat te lang om op een week volledig af te werken dus moesten er knopen doorgehakt worden. Ik liet me daarbij leiden door een mix van factoren: liefst een mooi stuk, niet in de buurt van de Syrische grens om evidente reden, ook niet in het instabiele zuiden en als het even kan nog bereikbaar met de bus ook.

Zo komt het dat ik na wat rondzwerven door Beirut op zoek naar het busstation waar de bussen naar het noorden vertrekken, op de bus richting Ehden stapte. Rondrijdend in Libanon zie je heel goed dat de steden langs de kust geconcentreerd liggen. De bus rijdt er langs een soort van snelweg waar je niet bijster veel ziet. Eens je dan weg gaat van de kust rijzen direct wat bergen op. Altijd leuk om met van die aftandse busjes doorheen de bergen de vliegen. Ehden ligt op ongeveer 1500 meter hoogte. In het dorp lagen hier en daar wat hard bevroren sneeuwplekken. Ik had daarmee direct door dat ik het waarschijnlijk niet direct te warm zou hebben.

Ik volgde de Lebanon Mountain Trail in zuidelijke richting. Vanuit Ehden wil dat zeggen dat je direct de Quadishakloof induikt. In het toeristisch seizoen is dat duidelijk een erg populair gebied om te wandelen. Niet echt verwonderlijk want het is echt wel een mooie kloof met een paar leuke paden die over de wand heen slingeren. In de winter is er echter geen kat. Ik kruiste een paar jagers en dat was het voor andere mensen. Ook de Maronitische kloosters die verspreid in de kloof tegen de wand plakken zagen er mij in het passeren behoorlijk verlaten uit.

Aan het einde van de kloof kom je in Bsharre. Een beetje boven het stadje vond ik een mooi kampeerplaatsje met schitterend uitzicht over de stad. De volgende ochtend kwam ik al snel in de sneeuw terecht. En die bleek toch een stuk dieper te zijn dan ik verwacht had. Mijn vooruitgang werd plots een heel pak trager. De grote toeristisch attractie van Bsharre is een bos met stokoude ceders. Volgens de overlevering zijn ze er door god himself geplant vandaar de naam de Cedars of God. God gaf in elk geval niet thuis want als er veel sneeuw ligt is het hekken blijkbaar dicht.

Daarna gaat de route een hele tijd over de zuidkant van de vallei naar hoogtes tegen de tweeduizend meter. Voor mij betekende het een drietal dagen door de sneeuw ploeteren. Als ik geluk had was dat maar een vijftiental centimeter diep. Maar dikwijls was het ergens tussen kniediep en heupdiep wegzakken en zwemmen. Mijn tempo was dan ook bijzonder langzaam. Een dag van een vijftiental kilometer was al een hele onderneming. De stralend blauwe lucht die ik die dagen voortdurend had zorgde ervoor dat ik behoorlijk zwaar verbrand geraakte. ‘s Nachts kwam ik nog maar eens tot de conclusie dat kamperen in de sneeuw een behoorlijk koude bedoening is.

Uiteindelijk bereikte ik zo Tannourine El Faouqa. Van daaruit probeerde ik terug naar de kust te geraken. In eerste instantie koos ik voor wat binnenwegen en toen ik er zo geen meer probeerde ik een bus te vinden. Die passeerde daar blijkbaar niet dus begon ik maar langs de weg te lopen. Nu ik uit de bergen was, keerde het weer volledig om. Regelmatig kreeg ik een ferme regenbui over me heen. Een Libanese die mij duidelijk niet goed kent stopte spontaan en bood me een lift aan. Langs de grote wegen lopen is niet zo leuk dus aanvaardde ik maar. Ze moest niet helemaal naar de kust, maar maakte snel een telefoontje naar een vriend die wel verder ging. Protesteren dat het allemaal niet nodig is hielp echt niet. Wat verder stond die vriend inderdaad op ons te wachten en stapte ik over. Het was blijkbaar een halve Fransman die regelmatig in België is voor zijn werk. Daarmee vond hij het wel leuk om een Belg die wat in zijn land rondzwierf te helpen. Onderweg trakteerde hij nog op een choc
omelk, toonde me wat uitzichten, gaf uitleg… Vriendelijk zijn die Libanezen in elk geval wel. Hij dropte me in Jounieh waar ik en de gietende regen nog wat rond liep alvorens de bus naar Beirut te nemen.

Daarmee zat mijn toch in Libanon er op. Het is een prachtig land, maar in de winter ligt er duidelijk een pak meer sneeuw dan je zou verwachten. Hoewel de politieke situatie in de regio natuurlijk extreem instabiel is, heb ik daar niet echt last van gehad. Ik heb me in elk geval op geen enkel moment onveilig gevoeld en iedereen liet me gewoon met rust. Tenzij ze wilden helpen. Dan bleek weigeren niet altijd zo eenvoudig.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Nieuwsbrief november 2016

Af en toe trek ik er eens op uit in de richting van een of ander gebied dat ik nog niet ken. Of dat probeer ik toch zo vaak mogelijk te doen. In november had ik nog eens zo een goed idee. Het viel me op dat ik nog nooit in de noordelijke Kaukasus geweest was. Vorig jaar liep ik wel wat rond in Nagorno-Karabakh in de zuidelijke Kaukasus, maar dat ligt er toch nog een eindje van. Ik trok dus even naar Georgië om dat recht te zetten. Als startpunt koos ik voor Stepantsminda (waarnaar iedereen nog met de oude naam Kazbegi verwijst). Dit vooral omwege van de vlotte bereikbaarheid vanuit hoofdstad Tbilisi. Het is het laatste dorpje voor de grens langs de enige gewoon open weg die Georgië met Rusland verbindt. Aan de paar honderd vrachtwagens die langs de kant van de weg staan te wachten om over te mogen te zien komt daar toch een beetje papierwerk bij kijken. De reis erheen in een marshrutka is al een belevenis op zich met een passage over een 2600 meter hoge bergpas. Het prijskaartje voor die rit van bijna drie uur: 10 GEL (ongeveer vier euro).
In Stepantsminda aangekomen, besloot ik eerst een dagje daar te blijven. Het dorpje ligt net naast de Kazbek. Met zijn hoogte van 5033 meter is dat een van het handvol 5000‘ers dat Europa telt. Om die te beklimmen moet je wat gletsjers over en daar was ik niet op voorzien. Maar niets houdt me natuurlijk tegen om eens tot aan de rand van die gletsjers te lopen. Dat is wat ik deed op die dag. Terugkeren deed ik langsheen een vallei wat verder naar het zuiden waarin niet echt een pad loopt. Het leerde me vooral dat de bergen daar behoorlijk toegankelijk zijn met valleien waar je zonder pad ook uitstekend tempo kan maken over het gras.
Na dat dagje gefocust op de Kazbek begon ik wat rond te zwerven naar het oosten. Er zijn een aantal wandelroutes waarmee je grotendeels parallel met de grens kan lopen. Mijn plan was om die te volgen. Dat lukte niet helemaal. Wanneer je de laatste huisjes achter je laat heb je de bergen niet voor jou alleen. Hier en daar heeft het leger een afgelegen controlepost. Daar waren ze niet zo heel blij met mijn plannen. Het argument was dat de passen ontoegankelijk waren door de sneeuw. Ik stelde voor om omhoog te gaan zover het kon en terug te keren als ik merkte dat er te veel sneeuw lag, maar die vlieger ging niet op. Ik moest en zou terugkeren van die mannen.
Aangezien ik daar op een 25 kilometer van Zuid-Ossetië, vijf kilometer van Ingoesjetië en twintig kilometer van Tsjetsjenië zat, had ik het vermoeden dat de grenswachten iets nerveuzer zouden zijn dan bij ons en leek het me verstandig braafjes te doen wat die mannen zegden. Ik vroeg hun ook of ik dan na een beetje terugkeren naar het zuiden kon draaien en daar een col oversteken. Dat leverde me ook een njet op wegens te veel sneeuw. Maar aangezien ik daar verder van de grens was, zou ik daar ook geen grensposten meer tegen komen. Kort samengevat, ze konden op hun buik schrijven dat ik daar weg zou blijven.
Het bleek dat ik gelijk had, want ik kon wel degelijk door. Op meer dan 3000 meter hoogte lag er natuurlijk wel sneeuw, maar zeker niet voldoende om mij tegen te houden. Eens over de col merkte ik wel dat naar het zuiden een pak meer sneeuw lag dan in de valleien waar ik vandaan kwam. Ik moest helemaal dalen tot beneden tweeduizend meter om terug uit de sneeuw te geraken. Daar vond ik gelukkig een mooi plaatsje in een bos voor de tent.
In tegenstelling tot de voorgaande erg zonnige dagen verschenen die avond dreigende donkere wolken aan de hemel. Dat bleek geen goed teken te zijn, want in de loop van de nacht veel daar redelijk wat uit. Tegen de ochtend stond mijn tentje verzonken in een halve meter sneeuw. Daarmee was ik gezien voor de rest van mijn tocht. Om van vallei te wisselen moest ik zeker terug richting drieduizend meter hoogte gaan, wat met al die verse sneeuw geen goed idee leek. Ik besloot te dalen naar de bodem van de vallei en daar op de weg te liften richting Tbilisi. Het zou een goed plan geweest zijn indien toen ik uiteindelijk op de weg stond daar geen twintig centimeter sneeuw zonder enig spoor van passage op zou gelegen hebben. Liften heeft dan waarschijnlijk niet veel zin dus begon ik maar stroomafwaarts te lopen. Vanaf een dorpje wat verder was de weg gelukkig geruimd zodat er toch kans op een beetje verkeer was. De eerste dalende auto was een klein jeepje van de Georgische post dat me direct meenam. Vriendelijk zijn die Georgiërs wel. Het rondzwerven in de bergen zat er daarmee op en ik bleef gewoon een extra dag in Tbilisi.

Een week na mijn terugkomst pikte ik nog een klein wedstrijdje mee. In Couvin werd de Cross de Neptune georganiseerd. Dat is het gebied waar ik zo goed als elk weekend zit indien ik niet ergens in het buitenland ben. Dan kan ik even goed een crossje daar in de buurt meepikken. Ik liep eerst een uur of drie om aan de start te geraken en nam vervolgens de start. Het voordeel voor mij was dat in Wallonië blijkbaar de juniors, seniors en masters samen lopen. Daarmee was het risico veel minder groot dat ik zou veroordeeld worden tot het voeren van achterhoedegevechten. Zoals verwacht was mijn start niet bijster denderend, maar ik zat toch direct op een vrij goede positie. In de eerste ronde slaagde ik erin even van heel dichtbij kennis te maken met de grond wat me een plaatsje kostte. Daarna schoof ik geleidelijk een klein beetje naar voren op. Heel veel winst viel er niet meer te behalen, maar elke ronde won ik een klein beetje terrein op de lopers rond mij. Die rondes waren in elk geval een stuk leuker dan de crossen bij ons. Voor een groot stuk ging het langs voetbalvelden en kleine heuveltjes daarnaast die je bij ons ook wel kan vinden. Maar er zat ook een groot stuk door het bos in met ferm wat hoogteverschil.
In de laatste ronde was er eentje die ik er niet meer af kreeg en in de eindsprint lag ik er natuurlijk op. Daarmee was eindigde ik als 26ste op vijftig man. Mijn snelheid is duidelijk nog niet denderend, maar daar ben ik hard aan het werken. Dat komt wel in orde tegen dat het nodig is.

Posted in Nieuwsbrief | 1 Comment

Nieuwsbrief oktober 2016

Begin oktober had ik gepland om nog eens Els 2900 te lopen. Voor mij is dat een van de leukste wedstrijden die er zijn. Vorig jaar liep ik daar ook al mee en het plan was om dit jaar beter te doen. Na afloop van Glen Coe besliste ik echter dat ik gewoon niet goed genoeg zat. Om de aankomst te halen moet je behoorlijk doorlopen en daartoe schoot ik conditioneel nog zwaar tekort. Ik liet mijn plaats schieten in de hoop dat iemand van de wachtlijst die wel in vorm zat er tevreden mee zou zijn.
Mijn verplaatsing was natuurlijk al lang geregeld, dus profiteerde ik er toch van om een paar dagen naar Andorra te gaan. Ik eerste instantie wilde ik ergens op het parcours gaan staan om de lopers aan te moedigen. Dat deed ik dan liefst op een stuk waar alle lopers overdag passeren. Daarmee zijn de mogelijkheiden serieus beperkt en ik koos voor de de Estany Forcat net voor de lopers Medacorba en Roca Entravesada beklimmen. Ik had er een aangename dag met de gelegenheid om verschillende mensen die ik sinds de vorige Els 2900 niet meer gezien had nog eens te ontmoeten.
Na de passage van de laatste loper daalde ik terug naar de meertjes. Tussen beide meren ligt een klein stukje vlak gras dat me ideaal leek om op te slapen. Om daar te geraken moet je een steenveld over waar grote rotsblokken wat chaotisch gestapeld liggen. In het halfduister slaagde ik er in te struikelen en kwam vol op mijn knie terecht. Wat hoegenaamd geen deugd deed.
De volgende ochtend was die knie behoorlijk pijnlijk. Ik trok me er niet veel van aan. Ik was in Andorra, in de bergen en stralend weer. Daar moet je van profiteren. Over de col ging ik Spanje binnen, pikte daar de GR op en keerde terug naar Andorra waar ik de Comapedrosa beklom. Die is met zijn 2944 meter nog altijd de hoogste top van Andorra. Het was de derde keer dat ik op de top stond, maar nog maar de eeste keer dat dit overdag was. Daarmee heb ik toch een idee van het uitzicht dat je van daarboven hebt.
Van de Comapedrosa stak ik door naar de Baiau en vervolgens via de Cresta del Malhiverns terug naar Roca Entravesada. Die Cresta is de crux van Els 2900 en erg de moeite. Het is een fantastische messcherpe graat met vele klauterstukken boven een afgrond. Gelukkig zijn er bijna overal goed grepen. Die laat je beter niet los. De graat doen met een knie die ik amper kon plooien maakte het alleen maar uitdagender. Van Entravesada daalde ik dan af via de oostgraat waar ook nog een paar leuke klauterstukken in zitten.
‘s Avonds koos ik als slaapplaats een kleine onbemande hut. De volgende ochtend was mijn knie dubbel zo dik als gewoonlijjk en kon ik hem totaal niet plooien. Dat klauteren van de dag tevoren was misschien toch niet zo’n super idee. Veel meer dan naar de bushalte in de vallei sukkelen heb ik daarna niet meer gedaan. Het zou een maand duren voordat ik mijn knie terug volledig kon plooien.

De week na Andorra deden we met het werk mee aan de Ekiden in Brussel. Door wat afzeggingen op het laatste moment kwam ik toch terug in de ploegen terecht om tien kilometer te lopen. Het was de tweede dag dat ik zonder pijn kon stappen, dus dan moet tien kilometer lopen ook wel lukken. Het lukte inderdaad met behoorlijk wat manken en ik slaagde erin de tijd tot een beetje boven de veertig minuten beperkt te houden.

Daarna ging ik nog eens op stap naar het verre zuiden. Ik trok naar Ile de la Reunion om er de Diagonale des Fous te lopen. Dat is een dikke honderd mijl die dwars over het eiland loopt. Je start aan de zuidkant in Saint Pierre op zeeniveau. Na een paar kilometer door het stadje volgt een lange klim door rietplantages. Met een paar duizend man aan de start krijg je dikwijls files van zodra je op een iets smaller pad komt. Daarom had ik me niet al te ver gesteld achteraan gesteld en draaide redelijk vlot mee in de eerste paar honderd lopers. De eerste veertig kilometer zijn hoofdzakelijk klimmend tot de Piton Textor die met zijn 2224 meter hoogte het dak van de wedstrijd is. Op zich is dat stuk niet zo heel interessant. Niet erg want je loopt hier toch de hele tijd in het donker.
Na de Piton Textor volgde een eerste dalend stuk. Daar bleek mijn knie niet echt mee akkoord te zijn. Als je tijdens een wedstrijd meer dan 9000 meter moet klimmen en dus ook dalen is dat niet bijster hoopgevend. Ik sukkelde op het gemak verder. Daarna doorkruis je de Mare a Boue die zich haar naam niet waard toonde en klimt naar Coteau de Kerguelen alvorens steil naar Cilaos te dalen. Die afdaling deed opnieuw geen deugd en de zon die ondertussen verschroeiend uit de hoek kwam hielp ook al niet. Een warmteloper zal ik waarschijnlijk nooit worden.
Na Cilaos krijg je dan de beklimming naar de Taibit te verwerken waar ik door de hitte helemaal mijn kookpunt bereikte. Eens je die over bent zit je in Mafate. Tegen dat ik daar was begon gelukkig de avond te vallen waardoor de temperaturen terug draaglijk werden. In de loop van de nacht maak je dan nog een lusje naar Cirque de Salazie waar je niet bijster veel ziet. Die nacht kwam er vreemd genoeg beterschap in mijn knie. De technische afdalingen waar je wat over stenen moet huppelen begonnen goed te gaan. De goed beloopbare afdalingen anderzijds bleven een pijnlijke zaak. Van Salazie keer je terug naar Mafate waar je een paar belachelijk steile hellingen op en af mag.
Salazie uitlopen gebeurt via de lange Col de Maido. Ik hoopte om twee nachten op rij door te lopen, maar in de beklimming sloeg de vermoeidheid hard toe. Ik sliep er dan maar een paar uurtjes langs de rand van het pad. Bij het eerste licht hervatte ik mijn weg zodat ik in de ochtend op de Maido stond. Op zich was dat een goed idee anders had ik tijdens de wedstrijd bijna niets van Mafate gezien. Nu had ik daar tenminste een paar mooie uitzichten.
Eens je de Maido voorbij bent zit het interessantste stuk van de wedstrijd er op. Je hebt een lange afdaling tot min of meer zeeniveau waarna je nog een paar keer omhoog en terug naar zeeniveau gestuurd wordt over niet bijster boeiende paden. In tegendeel zo laag en in volle zon was de hitte voor mij echt ondraaglijk. Bij elke bevoorrading nam ik uitgebreid mijn tijd. In het donker kwam ik toe in La Grande Chaloupe waar de laatste klim en afdaling begint. Ik was dus op weg naar een aankomst midden in de nacht. Daar had ik niet bijster veel zin in dus ik besloot een paar uur in La Grande Chaloupe te slapen. Erg vroeg ging ik terug op pad zodat ik bij het eerste daglicht in Colorado stond om de laatste afdaling aan te vatten. Goed uitgeslapen als ik was ging die nog behoorlijk vlot zodat ik in de ochtend over de aankomst in Saint Denis liep. Ik kwam toe als 1299ste in een tijd van 56:56:55. Acheraf bekeken heb ik er natuurlijk gigantisch spijt van dat ik niet een seconde later ben toe
gekomen. Als prestatie is het een compleet waardeloos resultaat, net zoals de rest van mijn seizoen. Ik ben vooral blij dat ik nog eens een dergelijke lange wedstrijd heb uitgelopen. Dat was ondertussen al meer dan twee jaar geleden.

Na de wedstrijd bleef ik nog een weekje op het eiland.Als je dan toch zo ver reist kan je even goed nog wat langer ter plaatse blijven. Die week gebruikte ik om de plaatsen waar we ‘s nachts passeerden of zelfs helemaal niet passeerden eens te bekijken. Na wat wikken en wegen werd het plan om het eiland nog eens door te steken.
Ik startte aan de kant van de vulkaan. Erg mooi en spectaculair, maar veel te druk naar mijn goesting. Een weg die tot vlak aan de krater loopt maakt hem toegankelijker dan leuk is. Van daaruit trok ik dan terug noordwaarts waarbij ik zoveel mogelijk paden parallel aan het wedstrijdparcours volgde. Alles om toch maar wat te varieren.
De klim naar Kerguelen was een stuk waar ik niet echt keuze had en waar ik het wedstrijdparcours moest herhalen. In plaats van te dalen naar Cilaos klom ik deze keer verder naar te top van de Piton des Neiges. Met een hoogte van 3070 meter is dat het hoogste punt van het eiland. In tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden was er absoluut geen sneeuw te bekennen. Van de top volgde een steile afdaling naar de bodem van Cirque de Cilaos om de volgende ochtend voor mijn tweede keer de Taibit te beklimmen. Veel andere keuzes zijn er niet om in Mafate te geraken.
Mafate is een erg leuk gebied. De paden slingeren zich langsheen allerlei kliffen en wanden. Er is in het hele cirque geen enkele bereidbare weg. De enige manier om er te geraken is te voet. Het is dan ook verrassend hoeveel mensen er wonen. Gekoppeld aan een overvloed aan paden die wat in alle richtingen doorkruisen is het erg geschikt om in rond te trekken. Naar mijn zin is het zelfs wat te populair. Om het even waar je gaat, overal kom je wel wandelaars tegen en in elk dorpje is accomodatie voor de trekkers beschikbaar. Van Mafate daalde ik terug naar de kust waarmee mijn tocht er op zat.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Nieuwsbrief september 2016

Het eerste waar ik deze maand wat over kan vertellen is de Glen Coe Skyrace. Dit is een westrijd van ongeveer 55 kilometer in Schotse Highlands. De afstand is niet zo heel indrukwekkend, maar de 4500 hoogtemeters veranderen de zaak enigszins. Daar komt nog eens bij dat er een paar indrukwekkende stukken scrambling in het parcours zitten. Vorig jaar liep ik de wedstrijd al eens. Het feit dat ik terugkeer betekent dat het parcours echt de moeite is.
In vergelijking met vorig jaar was de start een heel stuk opgeschoven. We vertrokken nu uit Konlochleven in plaats van Glencoe Mountain. Dit zorgde voor een langere aanloop over de West Highland Way naar de voet van Curved Ridge. Dat stuk West Highland Way is veruit het minst interessante parcours van de wedstrijd. Ik nam een erg rustige start en schoof hier rustig naar voren op. Curved Ridge is een erg leuk stukje. Het is naar Britse normen een erg lange klim over zeer goede rotsen. Het is een stuk waar ik me uitstekend op geamuseerd heb. Via Curved Ridge kom je op de top van Stob Dearg, volgt even de graat en dan gaat het terug omlaag. Veel rust krijg je daar beneden niet want je wordt direct aan de andere kant van de vallei terug omhoog gestuurd. Nog eens een vallei omlaag en aan de overkant terug omhoog later mag je een tijd boven op de bergen blijven. Zeker in de beklimmingen had ik niet echt mijn dag. Ik voelde daar zeer goed dat ik de laatste maanden veel te weinig heb kunnen
trainen.
Daarna blijf je een hele tijd hoog en passeert verschillende toppen. Ik voelde me op dit stuk beter en begon terug wat volk in te halen. Na Stob Coire nam Beith komt een lange afdaling tot in de vallei. Daar bleef ik goed dalen, zelfs op het stuk waar de stenen spiegelglad zijn. Daar is het altijd wat beangstigend balanceren.
Na een lange afdaling volgt zoals dikwijls een lange klim en die ging bij mij van geen kanten. Ik geraakte amper vooruit en verloor een pak terrein. Eens je boven bent moet je dan de volledige graat van Aoneach Eagach afwerken. Dat is nog altijd een van de leukste stukjes die ik in het parcours van een wedstrijd ken. De graat is erg scherp met aan weerszijden een diepe afgrond. Daarop mag je dan wat over rotsen gaan rondhuppelen. Na de graat is het dan nog gewoon dalen tot je terug op de West Highland Way komt die je terug naar Kinlochleven volgt. Ik kwam daar toe als 116e na 11u41. In vergelijking met vorig jaar was ik twee en een half uur trager, wat goed aangeeft hoe erg het met mijn conditie gesteld is.

Vorig weekend ging ik dan nog een weekend in Zwitserland gaan trainen. Ik vertrok uit Interlaken met de bedoeling daar de Hardergrat af te lopen. Dat betekent vanuit het dorp recht omhoog de Harderkulm op en dan de graat volgen. Die Harderkulm liep ik natuurlijk op. Je hebt ook een treintje dat omhoog gaat, maar dat was natuurlijk diep beneden mijn stand. Het enige vervelende was dat ik al snel in de wolken terecht kwam en daar niet meer uit geraakte. Bij goed weer heb je daar naar het schijnt een fenomenaal uitzicht over het meer. In die dichte mist kon ik een tiental meter ver kijken en dat was het. Met af en toe nog wat regen erbij was het al helemaal niet motiverend. Erg veel heb ik dus niet gedaan.
Ik vrees dat ik daar nog eens ga moeten terugkeren om te bevestigen dat de graat echt zo mooi is als beweerd wordt.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Nieuwsbrief augustus 2016

In augustus kon je me een beetje in alle mogelijke richtingen tegen komen. Helemaal aan het begin van de maand was dat het hoge noorden, waar ik de Tromsø Skyrace ging lopen. Dat is een wedstrijd waarbij je start in Tromsø, vervolgens de bekende brug over de fjord over loopt en dan een hele lus in de bergen gaat maken. De afstand van een dikke vijftig kilometer valt goed mee, maar gecombineerd met meer dan vierduizend positieve hoogtemeters is dat toch erg de moeite.
Ik was nog altijd behoorlijk aan het sukkelen. Vooral tijdens beklimmingen deed mijn achillespees nog erg lastig. Met gewoon de wedstrijd uitlopen zou ik al meer dan tevreden zijn. Ik startte ergens helemaal achteraan en schoof tijdens de eerste min of meer vlakke kilometers rustig wat naar voren op. Eens je de brug over bent begint dan een steile klim om het plateau op te geraken. Dat ging al een beetje lastiger. Eens we een paar honderd meter boven zeeniveau uitstegen kwamen we in de mist terecht. Dat zou het uitzicht blijven voor het grootste deel van de dag. Op het plateau volgende we gewoon wat paden en wat sporen die voor paden moeten doorgaan naar de top van Tromsdalstind. Enkel tijdens het laatste stukje naar de top kom je daarin wat rotsen terecht. Voor de rest allemaal heel eenvoudig te doen.
De afdaling van Tromsdalstind is een heel ander paar mouwen. Zeker het begin is erg steil en dwars door een instabiel stenenveld. Die stenen hebben natuurlijk de neiging om naar beneden te rollen wat af en toe voor wat gevaarlijke situaties zorgt. Na een paar honderd meter dalen kom je gelukkig op gras terecht. Het blijft daar even steil en je glijdt regelmatig eens uit, maar je hebt er toch geen stenen meer die je een kopje kleiner proberen te maken. Af en toe mag je zelfs een sneeuwplek afglijden, wat veel helpt om het tempo er wat in te houden. Na zelfs een min of meer vlak stuk doorheen een vallei volgt nog een erg steile afdaling door het bos. Het is half glijden over een erg glibberige ondergrond en half in de bomen hangen om te zorgen dat je de snelheid toch een beetje onder controle houdt. Eigenlijk wel leuk.
Na een doorsteek van een brede vallei volgt dan de klim naar de tweede top van de dag: Hamperokken. Deze heeft een mooie technische graat. Je zit er veel meer op de rotsen te klauteren dan bij de passage over Tromsdalstind. Het grootste deel van de tijd valt het klauterwerk goed mee. Soms moet je gewoon een beetje kijken langs welke kant je een rotspunt moet passeren. Alleen de top van Hamperokken zelf is een stuk waar je echt op handen en voeten omhoog klautert. Er is een touw voorzien, wat vooral in de afdaling wel handig is.
Na de top daal je over een gigantisch steenveld naar een meertje. Zeker bovenaan zijn het terug van de stenen die niet veel zin hebben om te blijven liggen. Aan het meertje ben je er nog niet vanaf. Je moet het hele meertje volgen huppelend van steen naar steen. Gelukkig is er hier en daar nog een sneeuwplek. Daarop geraak je toch een stuk sneller vooruit.
Beneden in de vallei mag je dezelfde doorsteek maken als eerder op de dag, maar dan in de tegengestelde richting. Wat eerder vlot omlaag glijden was, is nu een poging om een modderige muur op te kruipen. Het lukte, maar kostte me erg veel moeite. Na een vlakker stuk moet je dan helemaal naar de top van Tromsdalstind. Hier ging ik helemaal kapot. Die helling is gewoon zo belachelijk steil dat ik amper nog vooruit geraakte. Traag gaat natuurlijk ook en uiteindelijk sukkelde ik toch de top van de berg op.
Daarna is het nog een lang hoofdzakelijk dalend pad naar Tromsø en de aankomst. Daar kwam ik toe na 12u52 wedstrijd. Met een tijdslimiet van 13 uren voor de wedstrijd was dat toch wat nipter dan ik graag heb. Maar in de toestand waarin ik aan de start stond was gewoon finishen echt wel het hoogst haalbare. En dat heb ik toch maar gehaald.

Een week later vloog ik dan zuidwaarts naar Slovenië. Hoewel ik dat een prachtig land vind, was het toch lang geleden dat ik daar nog eens was. Hoog tijd om dat goed te maken. Mijn doel was om een beetje in de Triglav rond te lopen.
Als startpunt koos ik Jesenice, helemaal in het noorden. Daar in het noordelijke deel van het gebied zijn de bergen niet zo hoog en nog volledig met bossen bedekt. In eerste instantie ging het de hele tijd op en neer door die bossen. Pas toen ik richting tweeduizend meter hoogte ging, kwam ik boven de boomgrens en kreeg ik wat mooie uitzichten. Dat gebeurde de eerste keer toen uk de top van de Debela Peč bereikte. Daar heb je een mooi uitzicht op de vallei van Krma met de imposante rotswanden die hoog oprijzen. Je krijgt er de mooie mix van Alpen, Dolomieten en Balkan die Slovenië zo uniek maakt.
De Debela Peč was behoorlijk druk, dus ben ik er niet lang gebleven. Ik trok verder richting top van de Triglav die met zijn 2864 meter hoogte het hoogste punt van Slovenië is. Die beklom ik vanaf Triglavski dom na Kredanci zodat ik de volledige topgraat kon volgen. Die topgraat is erg leuk. Sommige stukken zijn een flinke scramble. Het jammere is dat ze overdreven vol ijzer zit, waar vele wandelaars zich krampachtig aan vastklampen. De meeste zekeren zich zelfs met de talrijke kabels wat al helemaal overdreven is. Dat zorgt voor de nodige files die je gelukkig dikwijls kan vermijden door een beetje naast het officiële pad te klauteren. Op de top stond ik helemaal alleen. Waarschijnlijk was ik de laatste van de dag die omhoog gegaan is. Erg lang ben ik er niet gebleven want in Oostenrijk zag ik ferme onweerswolken ronddrijven. Ik zit liever toch een beetje lager wanneer ik die op mijn nek krijg.
Van de Triglav daalde ik wat zuidwaarts richting Koča na Doliču en dan verder naar Prehodavci. Vooral dat laatste stuk ik een ongelooflijk spectaclair pad. Met je linkerschouder plak je tegen een rotswand. Je rechtervoet staat dan weer op het randje van een afgrond. Een smal richeltje is alles wat je hebt om vooruit te geraken. Het pad is zeker en vast een van de meest spectaculaire paden waar ik reeds over liep. Om het helemaal spannend te maken was de nacht aan het vallen, wilde ik liever niet op die richel overnachten en had ik geen flauw idee hoe lang het zou duren voordat ik uit die wand was. Uiteindelijk deed ik het laatste stukje in volslagen duisternis.
De volgende ochtend ging ik nog wat verder naar de zeven meren. Die zijn erg mooi, maar ook erg populair. Geleidelijk aan kwam ik in lager terrein terecht. Dat betekent dat ik terug meer in de bossen aan het rondzwerven was. Doorheen die bossen bereikte ik Stara Fužina waar ik een punt achter de Sloveense tocht zette.

Twee weken later ging ik ruwweg dezelfde richting uit. Noord-Italië was de bestemming van dienst waar ik de Trofeo KIMA wilde lopen. We spreken terug over een wedstrijd van dik vijftig kilometer met 4400 positieve hoogtemeters. Het terrein is ook erg technisch met veel bengelen aan kettingen en rondhuppelen over rotsblokken. Het is een wedstrijd die ik al erg lang eens wilde lopen.
De eerste tien kilometer zijn hoegenaamd niet interessant. Je loopt de hele tijd omhoog over een asfaltweg om aan het einde van de vallei te komen. Gelukkig worden de haarspeldbochten zoveel mogelijk afgesneden via bospaden. Eens je hoog genoeg bent houdt een asfaltweg er altijd wel mee op en komen de leuke paden. In dit geval voerde dat leuke pad naar een col die gevolgd werd door een technisch stuk waar de kettingen die er hingen toch wel van pas kwamen.
Daarna blijft het de hele tijd behoorlijk technisch. De hele tijd spring je van rotsblok naar rotsblok en klauter je op en neer. De stukken met een normaal pad zijn erg zeldzaam. Ik kwam er achter dat ik de voorbije maanden hopeloos veel conditie heb verloren door maar erg beperkt te kunnen trainen met mijn achillespeesproblemen. Erg snel ging ik dus niet vooruit. Halverwege de wedstrijd zorgde dat ervoor dat ik de tijdslimiet niet haalde en uit de wedstrijd gehaald werd. Volgens mij is het de eerste keer dat dit mij overkomt. Erg jammer, maar gezien de erg strakke limiet en mijn rampzalige conditie op dit moment viel het eigenlijk wel te verwachten.
Het positieve is dat ik tijdens de wedstrijd totaal geen last heb gehad. Ook tijdens de trainingen kan ik terug pijnvrij lopen. Het zal wel nog een tijdje duren tegen dat ik terug in topvorm ben, maar ik kan in elk geval terug opbouwen. Dat is misschien nog wel het beste van heel de nieuwsbrief.

Posted in Nieuwsbrief | Leave a comment

Nieuwsbrief juli 2016

Het wedstrijdseizoen is voor mij op gang aan het komen. Zo kon je me afgelopen maand vinden aan de start van de Transpyrenea. Dat is een nieuwe wedstrijd die nog maar eens beloofde grenzen te verleggen. Het gaat om een non-stop doorsteek van de Pyreneeën, van Le Perthus in het oosten helemaal tot Banyul aan de westkust. Er zijn een aantal min of meer parallelle wandelroutes die de lengte van de Pyreneeën volgen. De GR10 is er eentje van en dat dan ook direct het parcours. Dat is goed voor een afstand van ongeveer 850 kilometer en heel veel bergop en bergaf.
Voor mij was het op voorhand vooral de vraag hoe de achillespees zich zou houden. In de aanloop naar de wedstrijd was ze in elk geval behoorlijk slecht, maar meestal betert dat wel eens ze wat opgewarmd geraakt. Om op te warmen zou er in elk geval genoeg tijd zijn.
De wedstrijd startte in het Fort van Bellegarde in Le Perthus in een zinderende hitte. Je zit daar nog erg laag en zo zuidelijk kan de temperatuur natuurlijk erg hoog oplopen. Niet echt wat ik zelf zou gekozen hebben, maar goed, daar kan ik niets aan veranderen. Ik zocht een comfortabel ritme waarvan ik het gevoel had dat ik wel een paar honderd kilometer zou kunnen doorgaan. Zelfs volledig ondertraind liep ik daarmee nog behoorlijk vooraan. Meestal draaide ik ergens rond de vijfde plaats. Niet dat het op dat punt ook maar iets uitmaakt.
Na een uur of drie begonnen de zaken al fout te lopen. Met dank aan de hitte kotste ik alles wat ik al van eten of drinken binnen had gekregen terug uit. Niet goed. Ik vertraagde wat en nam wat rustpauzes in de hoop dat het daarmee zou beteren. IJdele hoop. Integendeel, door de rustpauzes koelde de achillespees terug af zodat zijwaarts omhoog gaan de enige manier was om omhoog te geraken.
Na een hele dag zo verder te sukkelen stond ik ‘s avonds in het tweede checkpoint. Zonder energie want de hele dag niet anders gedaan dan kotsen en met een linkerbeen waarop ik geen kracht kon zetten moest ik een lange beklimming aanvatten. Daar was ik op dat moment simpelweg niet toe in staat.

Daarmee kwam mijn wedstrijd een pak vroeger dan gehoopt tot zijn eind. Het geeft me wat extra tijd om alles te laten herstellen. En er is een week verlof die ik voor de wedstrijd voorzien had die ik nu kan doorschuiven naar een project later op het jaar als mijn achillespees hopelijk terug in orde zal zijn.

Posted in Algemeen | Leave a comment

Nieuwsbrief juni 2016

Aan het begin van juni trok ik eerst even naar Zwitserland. Zolang er nog nachttreinen zijn moet ik die toch gebruiken. Aan het einde van het jaar gaat de DB jammer genoeg al zijn nachttreinen afschaffen. Met een van die nachttreinen geraak je helemaal tot in Zürich. Van daar ging het nog verder richting Sankt Gallen waar ik met Siebrig eens de Toggenburger Höhenweg zou gaan lopen. Die doorkruist een ferm stuk van het kanton van Wil naar Wildhaus. Wij kozen voor een lage start in Wil. In eerste instantie loop je daar hoofdzakelijk over brede bospaden. Het hoogtepunt van dat eerste stuk is zonder enige twijfel een mooie hoge waterval waar je helemaal achter door kan.
In de namiddag kwamen we dan hoger en hoger en werden de uitzichten talrijker en spectaculairder. De hele dag lang hingen wolken dreigend aan de hemel. Tegen de avond was ons geluk dan toch op en kregen we een ferme regenbui over ons heen. Gelukkig zaten we toen in het bos zodat we ze niet al te hard gevoeld hebben. Het resultaat was wel dat de paden interessant glibberig waren. Bij het laatste daglicht gingen we op zoek naar een plaatsje voor de tent en vonden dat aan de rand van een bos. We stonden er droog, wat verborgen van het pad en hadden een prachtig uitzicht. Meer hebben we echt niet nodig.
De volgende ochtend vatten we dan het hoge stuk van de Toggeburger Höhenweg aan. We kwamen er achter dat zelfs op lage hoogte nog behoorlijk wat sneeuw lag. Vanaf 1600 meter hoogte waren er nog talrijke sneeuwplekken. Verschillende waren ook behoorlijk groot en regelmatig moesten we een volledig besneeuwde kom door. Het grootste deel van de tijd was dat geen enkel probleem maar er zat toch een spannend stukje in. Het sneeuwveld was er erg stijl, nog erg hard en een val zou ongetwijfeld fataal geweest zijn. We zijn zo verstandig geweest om daar niet te vallen of uit te glijden.
Na al de hoge stukken was het dan gewoon dalen naar de vallei om terug te keren. Met een hele reeks bussen en treinen met nipte aansluitingen die alleen in Zwitserland als realistische optie beschouwd worden geraakten we in Baar. Daar was Erika zo lief om ons wat te voederen. Daarmee zat het weekend erop en was het voor mij tijd om de nachttrein terug naar huis te nemen.

Twee weken later ging ik wat verder naar het zuiden en vloog voor de derde keer dit jaar naar Italië. Deze keer was Bologna de bestemming. Met de trein sta je van daar erg vlot in de Apennijnen, waar ik redelijk op goed geluk wat begon rond te lopen. Uiteindelijk werd het met wat omwegen een route van San Benedetto naar Porretta Terme.
De Apennijnen zijn daar niet erg hoog zodat de bergen bijna volledige bebost zijn. Daarmee heb je natuurlijk iets minder uitzichten, maar anderzijds zorgt dat er ook voor dat je in de schaduw loopt. Daarmee blijven de temperaturen ook wat draaglijk. Ik had er op voorhand niet echt bij stil gestaan dat zo ver zuidelijk het kwik midden juni al behoorlijk kan oplopen.
Direct bij aankomst was duidelijk dat ik in warmere gebieden terecht was gekomen. De eerste nacht sliep ik omringd door vuurvliegjes. Rond mij lichtten de struiken voortdurend op. Een heel verschil met de paar verspreide lichtjes die je ziet als er bij ons ergens vuurvliegjes zitten.
De kwaliteit van de paden is in dit gebied dan weer Italiaans. Meestal zijn ze erg mooi, maar de markeringen zijn niet altijd evident. Je moet er een beetje geluk mee hebben. Op de stukken waar redelijk wat volk komt is er geen enkel probleem. De stukken die minder begaan zijn kunnen dan weer behoorlijk overwoekerd geraken. Het is niet altijd simpel om er een weg doorheen te banen en dan nog eens op het pad te blijven. Ik ben in elk geval een paar keer behoorlijk het noorden kwijt geraakt.

Helemaal aan het einde van de maand trok ik dan nog eens naar Frankrijk voor een wedstrijd. Samen met Renaud ging ik in de Beaufortain de Pierra Menta lopen. Dat is een wedstrijd in drie etappes waarbij je in ploegen van twee loopt. Die twee moeten de hele tijd samen lopen. In totaal is de afstand ongeveer zeventig kilometer, wat zeker en vast haalbaar is. Op die afstand moeten in totaal 7000 positieve hoogtemeters (en evenveel negatieve) overwonnen worden. Dat is toch een respectabel aantal.
De eerste etappe startten we behoorlijk voortvarend. Met mijn achillespeesproblemen van de laatste tijd bleek dat toch wat optimistisch. Ik ben gewoon totaal ondertraind en in de eerste beklimming blies ik de motor helemaal op. In combinatie met een warme dag zou ik er de hele etappe niet meer van herstellen. Het wedstrijdverloop voor ons was dus dat ik steeds meer terrein verloor en Renaud aan elke checkpoint op mij stond te wachten over verder te kunnen gaan.
Het parcours van die etappe was zeker wel de moeite. In essentie ga je twee keer recht omhoog en daarna terug recht omlaag.
De start van de tweede etappe was nog veel dramatischer. Na de eerste etappe liet mijn achillespees het volledig afweten en had ik moeite om te stappen. Bij de start van de tweede etappe was dat nog altijd zo. Lopen zat er al helemaal niet in. Met de moed der wanhoop begonnen we te stappen en al snel liep iedereen van ons weg. Naast ons wandelden twee mannen mee die de markeringen opruimden. Dan weet je dat je een probleem hebt.
Op een licht dalend stuk lukte het toch om wat te lopen waarna mijn pees genoeg opgewarmd was om zonder manken te kunnen stappen. Dat deden we dan ook in de volgende beklimming en haalden zelfs een paar ploegjes in. Groot nadeel van helemaal achteraan zitten is dat daar de files zitten. Bij een klein rotsje op het pad waar je even je handen moest gebruiken stonden we direct twintig minuten stil. De etappe bracht ons naar de top van de Grand Mont. Bijster origineel zijn de namen van de bergen daar niet. Om op die Grand Mont te geraken passeerden we over een aantal graten waar we met een via ferrata kit moesten gezekerd lopen. Naar mijn mening was dat behoorlijk overdreven. Ik heb al wedstrijden gelopen waar je dergelijke passages gewoon over loopt zonder dat er veel spel van gemaakt wordt. Het grote nadeel daarvan was vooral dat aan het eerste gezekerde stuk terug een gigantische file stond. We stonden er een half uur stil alvorens verder te kunnen. Als je een beetje wil doorlopen zor
g je duidelijk best dat je vooraan zit. Achteraan is al het wachten echt niet leuk.
Na de Grande Motte volgde een afdaling over een paar leuke sneeuwvelden. We konden er een paar keer schitterend over omlaag glijden. Beneden was het dan zaak om zo snel mogelijk terug recht te staan en verder te lopen. Anders riskeerde je dat de volgende loper tegen je aan gleed. Op een bepaald moment zaten we zo met vijf lopers op elkaar geknald. De rest van de afdaling was behoorlijk glibberig door een onweer de vorige nacht wat me verrassend goed afging. We vlogen een heel pak ploegen voorbij.
De daarop volgende beklimming was dan weer een heel pak minder. Daar probeerde ik gewoon onze positie te handhaven. De afdaling erna was terug erg leuk. Het was een lange zigzag over een bijzonder steile helling. Enige nadeel was terug dat je af en toe achter wat trager verkeer bleef vastzitten. Aan de aankomst bleek dat we onverhoopt toch nog een derde van alle deelnemers hadden voorbij gelopen.
De laatste etappe was mijn achillespees dan weer behoorlijk goed. Van bij de start kon ik behoorlijk mee. Renaud besloot zich eens helemaal uit te leven en vertrok bij de eersten. Aan het eerste checkpoint stond hij dan braafjes op mij te wachten. Die laatste etappe was in essentie eens de Roche Parstire op en af lopen. Het laatste stuk van de klim was nog een leuk stukje: erg stijl en regelmatig wat klauterwerk. In de afdaling liet mijn conditiegebrek zich toch wat voelen. Het was behoorlijk afzien voor mij, maar de laatste etappe bleef veruit onze beste.
Ik houd in elk geval een schitterende herinnering over aan de Pierra Menta. Het parcours heeft een paar schitterende technische passages en de sfeer is er helemaal fantastisch. Ik kan het zeker en vast aanraden.

Van de Pierra Menta reisde ik direct door naar la Chapelle d’Abondance, wat een beetje verder naar het noorden in de Franse Alpen ligt. Alke had daar een hele hoop Nederlandse en Vlaamse traillopers uitgenodigd voor een week in zijn hotel (Hotel Esprit Montagne, echte aanrader om hem een beetje reclame te geven). In de loop van die week organiseerde hij ook een paar onderlinge wedstrijdjes. Het eerste was een verticale kilometer op maandag. Voor mij was dat dus de dag na de Pierra Menta. Daarbij gingen we naar de top van de 2432 meter hoge Cornettes de Bise. Ik was natuurlijk niet erg snel en duwde ook niet echt door.
Op donderdag voorzag hij dan de hoofdmoot met een toer van ongeveer 85 kilometer met 9000 hoogtemeters. Voor mijn pees was dat veel te steil. De afdalingen en klauterstukken ging nog, maar eens de hellingsgraad van de beklimmingen wat toenam geraakte ik alleen zijwaarts omhoog. Dat kan je wel eventjes doen, maar over zo een lange toer gaat de lol er toch snel af. Na een paar uurtjes ben ik dan ook teruggekeerd naar het hotel en heb in de loop van de dag nog wat meegeholpen bij de verzorgingsposten. Het was een erg aangename week waar ik door mijn fysieke toestand jammer genoeg iets minder heb kunnen profiteren dan ik zou willen.

Posted in Algemeen | Leave a comment